Jezus Christus, de Zoon van God

Waarom vinden sommige mensen het zo moeilijk om te accepteren dat Jezus Christus God is? Je komt vaak allerlei vreemde verklaringen tegen die eigenlijk neerkomen op ongeloof. De Bijbel leert ondertussen wel degelijk dat de Here Jezus goddelijk is. Dus, als Hij Zich de Zoon van God noemt zegt hij daarmee dat Hij God is. Dat dit de betekenis van Zijn woorden is hadden de farizeeën en Schriftgeleerden goed begrepen:

Daarom dan probeerden de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen het gebod van de sabbat brak, maar ook zei dat God Zijn eigen Vader was, en daarmee Zichzelf aan God gelijkmaakte. (Johannes 5 vers 18)

De reactie van de Joodse leidslieden was voorspelbaar. ‘Dit is godslastering, Hij moet ter dood gebracht worden’ (zie Leviticus 24 vers 16). De Here Jezus echter weet van Zichzelf dat Hij God is en maakt daar dan ook geen geheim van. In woorden en daden betoont Hij Zich degene Die komen zou:

18 De Geest van de Here is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen wie gebroken van hart zijn,

19 om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Here te prediken. (Jesaja 61vers 1-2a; Lukas 4 vers 18-19)

Hij had in de synagoge van Nazareth gezegd dat deze woorden op Hem sloegen. ‘Ik ben die Mij’. Schriftgeleerden (!) zouden het met Hem eens behoren te zijn. Helaas, ze zagen in de Here Jezus alleen maar een concurrent, die uit de weg geruimd diende te worden. Ze bleven doof voor het woord van God.

Ons eeuwig behoud staat op het spel

De Here Jezus noemt Zichzelf Zoon van God. Dat zou voor ons al genoeg moeten zijn. Het is zoals C.S.Lewis schreef: ‘De Here Jezus beweerde de zoon van God te zijn. Wie zoiets zegt, heeft gelijk of is gek. Een middenweg – wijs maar niet goddelijk – is er niet’. Als Hij dus inderdaad God is, dan zal Hij ook spreken over bevoegdheden die Hij van Zijn Vader heeft gekregen. En dat is precies wat Hij deed. Ga maar na. Wie is de Rechter bij het oordeel voor de Grote Witte Troon? Juist, de Here Jezus. Vandaag is Hij onze Redder, en morgen zal Hij oordelen. Zelfs de dood kan verloren zondaars niet redden van het oordeel, want Hij zal hen opwekken. De enige manier om aan het oordeel te ontsnappen is door in Jezus Christus te geloven. God verdient alle eer, nu en voor altijd. Maar als je God de Vader eert, moet je ook de Zoon eren. Als je de Zoon niet eert, eer je de Vader ook niet. Mensen die zeggen dat ze God eren, maar Jezus negeren, eren God niet. Sterker nog, ze maken Hem tot leugenaar. En bovenal, hoe kan iemand nou ontkennen dat Jezus de Zoon van God is, als er zoveel getuigen zijn die dat bevestigen? Denk aan Johannes de Doper, de wonderen, God de Vader, de Heilige Geest en de Bijbel. Over dit alles sprak de Here Jezus keer op keer tot de Joden. Lees bijvoorbeeld Johannes 5 vers 19-34. De apotheose 1) van dit onderwijs vinden we in vers 34:

(…) dit zeg Ik opdat u behouden wordt. (Johannes 5 vers 34)

Het is de Here Jezus Zelf Die zegt dat wie gelooft dat Hij de Zoon van God is behouden is. Wie dat niet gelooft, wie dat ontkent, gaat verloren!

Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. (Mattheüs 10:32)

Aanbidden

De aanleiding voor dit artikel is een bewering die ik onlangs in een landelijk dagblad tegenkwam. Het ging over de vraag of de Here Jezus wel echt goddelijk is, omdat Hij in de evangeliën nergens om aanbidding vraagt. Het idee was dat elke godheid aanbeden wil worden, en omdat Jezus dat kennelijk niet wilde, zou Hij niet goddelijk kunnen zijn. Als bewijstekst kwam het bekende vers uit Johannes over ware aanbidders in aanmerking:

23 Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden.
24 God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. (Johannes 4 vers 23-24)

Zie je wel? De Vader zoekt aanbidders, dus de Vader is God. De Zoon niet. Het klinkt logisch maar is het niet. De redenering is eenvoudig te weerleggen. Daarvoor kijken we eerst in het boek Openbaring:

8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen gezien en gehoord heeft. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen liet zien.
9 En hij zei tegen mij: Pas op dat u dat niet doet! Want ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek in acht nemen. Aanbid God. (Openbaring 22 vers 8-9)

Johannes (op Patmos) was zeer onder de indruk van alles wat hij had gezien en viel op zijn knieën om zijn begeleider te aanbidden. De engel stopte hem meteen en legde uit dat hij gewoon een dienaar was, net als vele anderen. In Handelingen 10:26 en 14:14 zien we dat Petrus, Barnabas en Paulus ook zo reageren als deze engel. Aan hen komt geen aanbidding toe. De vraag is nu hoe de Here Jezus zou reageren in dergelijke situaties. Wel, zo dus:

En toen zij (de wijzen) in het huis kwamen, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en Zij aanbaden Het. (Mattheüs 2 vers 11)

Toen Hij deze dingen tot hen sprak, zie, er kwam een leidinggevende, die Hem aanbad en zei: Mijn dochter is zojuist gestorven, maar kom, leg Uw hand op haar en zij zal leven. (Mattheüs 9 vers 18)

Toen zij weggingen om het aan Zijn discipelen bekend te maken, zie, Jezus kwam hun tegemoet en zei: Wees gegroet! Zij gingen naar Hem toe, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem. (Mattheüs 28 vers 9)

En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem, maar sommigen twijfelden. (Mattheüs 28 vers 17)

Toen hij nu Jezus uit de verte zag, snelde hij naar Hem toe en aanbad Hem, (Markus 5 vers 6)

En zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. (Lukas 24 vers 52)

Bij geen van deze gebeurtenissen weigert de Here Jezus de Hem toegebrachte aanbidding. Evenmin spreekt Hij de aanbidders corrigerend toe. Hij laat Zich de aanbidding welgevallen.

De andere kant van het verhaal

Maar wat gebeurt er als een mens zich aanbidding wel laat aanleunen? In Handelingen vinden we een duidelijk voorbeeld:

21 En op een vastgestelde dag trok Herodes een koninklijk kleed aan en hield, op de rechterstoel gezeten, een toespraak tot hen.
22 En het volk riep uit: Een stem van God en niet van een mens!
23 En onmiddellijk sloeg een engel van de Heere hem, omdat hij God de eer niet gaf; en hij werd door de wormen gegeten en gaf de geest. (Handelingen 12 vers 21-22)

Ook het aanbidden van iets of iemand die geen goddelijke eer toekomt is letterlijk (!) uit den boze 2):

9 En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt,
10 dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn, en gepijnigd worden in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.
11 En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt. (Openbaring 14 vers 9-11)

In de Bijbel staan nog veel meer voorbeelden van wanneer wel en wanneer niet aanbidden. Die allemaal benoemen lijkt me niet nodig. De zaak is immers volkomen duidelijk: de Here Jezus is God!


Andere artikelen over dit onderwerp:


1) apotheose:

– een indrukwekkend einde

– verheffing van een mens tot een god

2) Dit is uit den boze:

3 (…) die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is,

4 de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet. (2 Thessalonica 2 vers 4)