Strijd
‘U zult horen van … ‘
Deze zinsnede is afkomstig van de Here Jezus. We vinden hem in Mattheus 24 vers 6. De zin wordt gecompleteerd met ‘… oorlogen en geruchten van oorlogen’. Nee, dit wordt niet het zoveelste artikel over de tekenen der tijden. Waarover gaat het dan? Gebruik in plaats van het woord ‘oorlog’ eens het woord’ scheuring’. De zin wordt dan ‘U zult horen van scheuringen en geruchten van scheuringen’. Klinkt bekend, nietwaar? En ja, scheuringen kosten heel wat strijd en slachtoffers. We horen regelmatig van dit soort rampzalige ontwikkelingen. Onenigheid binnen één gemeente, die leidt tot een uiteengaan. Strijd tussen gemeenten binnen een kerkverband, denk maar aan de huidige ontwikkelingen in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Vaak horen we ook van grote problemen die worden veroorzaakt door voorgangers die zichzelf meer gezag en bevoegdheden toedichten dan zou mogen. Om van kindermisbruik maar te zwijgen. De lijst is beschamend lang. Overigens zal hier en daar toch wel sprake zijn van tekenen der tijden. Maar dat terzijde.
Toen
Van meet af aan was bekend dat de gemeente van Jezus Christus te lijden zou hebben onder innerlijke verdeeldheid. Paulus waarschuwde de oudsten van Efeze al tijdens zijn afscheidsrede op het strand.
29 Want dit weet ik: dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen;
30 en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die de waarheid verdraaien om de discipelen weg te trekken achter zich aan. (Efeze 20 vers 20-30)
De veroorzakers van deze problemen staan er niet zo mooi op: wrede wolven. Daar weten we vandaag de dag alles van. Het zijn roofdieren, en toch staan we keer op keer verbijsterd bij het zien van een weiland vol bloederige karkassen. Je zou er vrede mee kunnen hebben als één schaap zou worden gedood en verslonden. Maar deze moordpartijen? Dus, inderdaad, wrede wolven, die de kudde niet sparen. Maar nu zijn geen dieren, het zijn mensen, het zijn zich christen noemende mannen. Zij komen met valse leer. Hun doel is de gemeente in zijn geheel (!) te verscheuren, door zoveel mogelijk medestanders achter zich te krijgen. Die valse leer heeft een bron: het zijn leringen van boze geesten – hoe mooi, logisch en aannemelijk ze ook klinken. En daar hebben we dan toch een teken van de tijd te pakken:
Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen (1 Timotheüs 4 vers 1)
Hier gebruikt Paulus het woord ‘afvallig’, dat is een bepaald soort ontrouw. Ze verlaten het ‘geloofshuis’. Dat zat er bij deze lieden altijd al in. De apostel Johannes identificeert hen in niet mis te verstane woorden:
18 Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is.
19 Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet uit ons; want als zij uit ons geweest waren, dan zouden zij bij ons gebleven zijn. Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn. (1 Johannes 2 vers 18-19)
‘De antichrist komt eraan’ is een teken dat de eindtijd op handen is. Maar diens komst ligt nog in het verschiet. Niettemin, ook nu zijn er veel antichristen, maar hun aanwezigheid en optreden is niet per se het bewijs dat we het eind der tijden naderen.
Let op: deze antichristen hebben de gemeente verlaten; ze zijn niet weggejaagd, ze zijn uit eigen beweging vertrokken. Daar kunnen we ons over verbazen, maar het is volstrekt logisch. Johannes zegt: ‘Zij waren niet uit ons’. Ze hadden aanvankelijk dezelfde belijdenis als alle gemeenteleden, maar zijn op enig moment een andere koers gaan varen. Daarmee werd duidelijk dat niet iedereen die belijdt christen te zijn, het ook daadwerkelijk is. Er waren ‘echte’ christenen’ en ‘onechte’ christenen. Gelukkig weet alleen God wie ‘echt’ zijn (2 Timotheüs 2 vers 19). Echter, door de gebeurtenissen waar Johannes op doelt, is duidelijk geworden aan welke kant men stond. Zij die bleven waren ‘echt’, de vertrokkenen ‘onecht’. We zien hier een voorvervulling van een profetie van de Here Jezus:
Want er is niets bedekt wat niet geopenbaard zal worden, en [er is niets] verborgen wat niet bekend zal worden. (Lucas 12 vers 2)
Deze voorbeelden illustreren een patroon van gebeurtenissen die al eeuwenlang gaande zijn. De Rooms-katholieke Kerk is tot de vijftiende eeuw redelijk vrij gebleven van scheuringen. Dat veranderde met de reformatie. Hoe terecht de ontwikkelingen ook waren die door Zwingli, Luther en Calvijn in gang zijn gezet, het was tevens het begin van een schier eindeloze reeks conflicten. Heel dikwijls eindigde zo’n onenigheid in een uiteengaan. En bij al die keren waren er ‘getrouwen’ en ‘afvalligen’.
Wie dan ‘echt’ dan wel ‘onecht’ waren werd gaandeweg steeds onduidelijker. De kwalificaties vlogen en vliegen over en weer, zodat er wat dat betreft geen touw meer aan vast is te knopen. Het is dan ook lastig deze scheuringen als ‘afval’ aan te merken. In het geval van de reformatie heb je immers de indruk dat de ‘echten’ vertrokken. Precies andersom dus in vergelijking met de door Johannes aangestipte gang van zaken. Die omkering zal doorzetten. Uiteindelijk zal de christenheid qua leer en wandel weinig meer gemeen hebben met die glorieuze begindagen van weleer. Het zal zelfs zo erg worden dat de ‘getrouwen’ geen andere keus hebben dan te vertrekken. Dan zullen de woorden van de Here Jezus uit de Bergrede werkelijkheid worden:
Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. (Mattheus 5 vers 11)
Let wel, de smaders en vervolgers komen niet uit de wereld, maar uit het zogenaamde naamchristendom. Dan zullen de vervolgden zich deze oproep herinneren:
Laten wij dan naar Hem uitgaan buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen. (Hebreeën 13 vers 13)
Zien we dat al niet meer en meer gebeuren? Wie wil vasthouden aan ‘de leer van de apostelen’ zal steeds meer alleen komen te staan.
Afval
De ‘afval’ komt, dat staat vast. De Bijbel noemt het zelfs ‘de grote afval’. We weten wanneer die gaat komen: aan het begin van de zeven jaar die ligt tussen de Opname en de wederkomst van de Here Jezus. De afval wordt veroorzaakt doordat de grote massa van de dan nog op aarde zijnde christenheid ‘de grote misleider’ achternaloopt.
Het blijkt een zaak van leven en dood te zijn. De ‘getrouwen’ – zij, de achterblijvers die de Here Jezus na de Opname alsnog gingen belijden – worden massaal gedood, maar zijn wél gereed voor de eeuwigheid (Openbaring 6 vers 10-11; Openbaring 20 vers 4). De afvalligen blijven aanvankelijk in leven, maar sterven uiteindelijk ‘de tweede dood’ (Openbaring 20 vers 5-6). Dat het van belang is de volgorde van al deze feiten goed te interpreteren blijkt wel uit de gebeurtenissen in de gemeente van Thessalonica:
1 En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem,
2 dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn.
3 Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is (2 Thessalonica 2 vers 1-3)
Iemand had de gemeente in de gordijnen gejaagd. Had hij een brief geschreven die zogenaamd van de apostel Paulus afkomstig was? Of had men in een woordbediening de zaken verkeerd voorgesteld? Was er iemand geweest die het bestond over deze dingen te profeteren met een ‘Zo zegt de Here!’? Het gevolg was één grote verwarring, resulterend in een wankelend geloof bij velen. Waarom was die misleiding zo vals, zo gemeen? Wel, de gemeente ging door allerlei vervolging en juist toen werd de suggestie gewekt dat al dat lijden het teken was dat de Dag des Heren (de Grote Verdrukking!) begonnen was. Hoe verwarrend! Ze hadden toch geleerd dat de Opname eerst zou komen. Hadden ze die gemist dan? Dat zou betekenen dat ze geen echte wedergeboren gelovigen waren, maar namaakchristenen. Dat het paniek alom was laat zich raden. Voor je het weet, ligt de hele gemeente uit elkaar! Paulus heeft gelukkig tijdig kunnen ingrijpen. De rust keerde waarschijnlijk terug, en voor ons betekent het een belangrijke les: zorg dat je het profetische Woord kent (2 Petrus 1 vers 19-21).
Verder nu met de grote afval. Die gaat komen! Het is opnieuw de Here Jezus zelf Die ons waarschuwt:
10 En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.
11 En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden.
12 En doordat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van velen verkillen.
13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. (Mattheus 24 vers 10-13)
We vinden de vervulling van deze profetie in Openbaring 6:
En ik zag en zie, een wit paard, en hij die erop zat, had een boog. En hem was een kroon gegeven en hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. (Openbaring 6 vers 2)
De statenvertalers zagen in dit vers de Persoon van Jezus Christus (mede vanwege Openbaring 19 vers 11). Daarom werden ‘Hij’ en ‘Hem’ met hoofdletters geschreven. Ten onrechte. Er zijn diverse redenen om deze uitleg af te wijzen. Zo zijn de gevolgen van alle zegel-, bazuin- en schaalgerichten zonder uitzondering rampzalig. Het is de manifestatie van Gods toorn, Gods Oordeel in uitvoering (Openbaring 15 vers 1). Het zou betekenen dat de komst van de Here Jezus het beginpunt van al die oordelen zou zijn. Bovendien veronderstelt het twee (weder)komsten van de Here Jezus. Een zoals beschreven in hoofdstuk 6 en de ander in hoofdstuk 19. En last but not least moet het toch opvallen dat deze ruiter alleen een boog heeft. De pijlen ontbreken! Niettemin lezen we dat hij overwon. Het enige wapen dat zonder ‘munitie’ tot overwinningen kan leiden is het gesproken woord. En daarom is dit de vervulling van Mattheüs 24 vers 10-13. De Opname is geweest, de afval begint. Een afval die ten zeerste wordt bevorderd door de leer van valse profeten. Hoe dit verder ook zij: er is een relatie tussen afval en scheuring, maar deze begrippen zijn niet identiek.
Het huis van God
Zoals zoveel onderwerpen in de Bijbel, hebben afval en scheuring een diepere achtergrond. Het gaat niet om willekeurige ‘bedrijfsongevallen’. Deze dingen gebeuren met een doel. Onderstaande teksten laten een paar van die doelen zien:
Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn. (1 Johannes 2 vers 19)
Niet allen zijn uit ons, er zijn vijanden van Gods kinderen en gedragen zich ook zo. Johannes noemt met name zij die de wereld liefhebben, en de valse leraars. Gods liefde doet ons de wereld weerstaan, Gods waarheid de valse leraars.
Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn? (1 Petrus 4 vers 17)
Het oordeel begint bij het huis van God, dat is de gemeente. Gods oordeel heeft dikwijls het karakter van vervolging. Tijdens het Romeinse rijk is er een periode van tien golven van vervolgingen geweest (Openbaring 2 vers 10). Door deze vervolgingen wordt de gemeente gezuiverd. Velen vallen af, de getrouwen blijven over. Vervolgingen zijn van alle tijden, ook de christenen in Nederland moeten er rekening mee houden.
Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen. (1 Korinte 11 vers 19)
Niet alleen vervolgingen van buitenaf dienen om de gemeente te zuiveren. Uit het voorgaande blijkt dat valse leer ook zo werkt. Dwaalleringen van binnenuit leiden tot scheuringen.
Een derde weg
God heeft ook een weg gegeven om de gemeente in ‘vredige tijden’ zuiver te houden: Tucht. Helaas is de term en daarmee ook de van God gegeven verantwoordelijkheid in diskrediet geraakt. Dit raakt in de eerste plaats de zogenaamde leertucht.
Het draait allemaal om de zielen van mensen. Het geloof van ieder individu en de gemeenschap als geheel staat op het spel. Als leertucht ergens over gaat en echt zinvol is, dan moet het daarover gaan. Het christelijk geloof gaat immers over leven en dood.
We leven in het tijdperk van (schijnbare) tolerantie. Iedereen is vrij om te geloven wat men maar wil, heet het. De Bijbel leert anders.
Ten tweede is er de tucht aangaande de levenswandel. Ik volsta met te wijzen op de brieven van Paulus. Hij besluit die vaak met allerlei aanwijzingen wat betreft de praktijk van het christenleven. Zie bijvoorbeeld Efeze 4 vers 17-30. Daarmee toont hij aan dat het gedrag van christenen een belangrijk onderdeel is van een goed getuigenis. God Zelf gebruikt tucht om ons op het rechte pad te houden (Hebreeën 12 vers 5-8).
In het volgende artikel kijken we met Paulus mee naar de gemeente te Korinte. Daar is van alles aan de hand. We zullen zien hoe het niet moet (de handelwijze van de gemeente) en hoe het wel moet (krachtdadig optreden van de apostel).
