Langs de misstanden in Korinte
Paulus’ eerste brief aan de gemeente te Korinte is in een aantal opzichten een bijzondere. Het bevat een blauwdruk van hoe een plaatselijke gemeente dient te functioneren. Dat betekent dat de apostel onderwijs geeft, maar ook corrigerend optreedt. De zaken waarover hij schrijft, komen (niet toevallig) overeen met 20 eeuwen misstanden in talloze christelijke gemeenten, tot op de dag van vandaag. Dat dit niet zomaar een losse gedachte is, blijkt wel uit het begin van de brief:
1 Paulus, (…)
2 aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allendie de Naam van onze Here Jezus Christus aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Here (1 Korinte 1 vers 1 en 2)
De apostel richt zich in deze brief dus tot de gemeente te Korinte, en tot alle overige gelovigen – van alle plaatsen en alle tijden. Ook tot ons …
1 Korinte 1 – Over verdeeldheid
Paulus begint zijn brief met de opsomming van de vele zegeningen die de Korintiërs ten deel zijn gevallen. Al die zegeningen scheppen verplichtingen, verantwoordelijkheden. De eerste van die verantwoordelijkheden is het bewaren van de eenheid:
Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Here Jezus Christus, dat u allen eensgezind bent in uw spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen. (1 Korinte 1 vers 10)
Eensgezindheid is de praktische verwerkelijking van de eenheid die alle gelovigen in de hele wereld aan elkaar bindt. Het is een van die wonderlijke zaken die door het sterven van de Here Jezus tot stand zijn gekomen. De Here bidt ook Zelf voor ons opdat we één zouden zijn (Johannes 17 vers 20-23). Die eenheid heeft bovendien een doel: ‘opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt’ (Johannes 17 vers 21, 23).
Verstoring van de eenheid kan vele gedaanten aannemen. Hier in Korinte bleek het te gaan om het ontstaan van partijschappen:
Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van Christus. (1 Korinte 1 vers 12)
Het ging zelfs zover dat de een zich verhief boven de ander. Dit gebeurde door te pochen gedoopt te zijn door een of andere geestelijke grootheid uit de toenmalige christenheid. Ze waren niet de enigen, en evenmin de eersten. Vlak voor het lijden en sterven van de Here Jezus kregen de discipelen het met elkaar aan de stok. (Nota bene) gezeten aan de tafel van het laatste avondmaal begonnen ze te bekvechten over wie van hen nou eigenlijk de belangrijkste was. (Lukas 22 vers 24 vv). Doen wij niet dikwijls precies hetzelfde? Met alle nare gevolgen van dien? Paulus merkt elders fijntjes op dat zo’n houding nergens op slaat:
(…) als iemand denkt iets te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf. (Galaten 6 vers 3)
1 Korinte 1 – Over menselijke wijsheid boven de wijsheid van God
Paulus spreekt in eerste instantie over de zogenoemde dwaasheid van het kruis. De wereld spreekt er zo over, en zal erdoor verloren gaan. God heeft immers juist die dwaasheid aangewezen als weg tot behoud. Gods wijsheid is een Persoon: Jezus Christus. Hij is de kracht van God en de wijsheid van God (1 Korinte 1 vers 24).
Dit nu is een algemeen principe. Als we willen weten hoe iets in elkaar zit, of hoe iets moet worden gedaan, zullen we allereerst God(s Woord) raadplegen. Te vaak blijft dat achterwege. Men wendt zich zelfs tot andere bronnen. Jesaja bijvoorbeeld stelt de in zijn dagen veel voorkomende waarzeggerij aan de kaak:
19 (…) Moet een volk zijn God niet raadplegen? (…)
20 Terug naar de wet en het getuigenis! Als zij niet overeenkomstig dit woord spreken, zal er voor hen geen dageraad zijn. (Jesaja 8 vers 20)
Ook Jeremia roept Israël op het bij God te zoeken, de oude paden van de wet en de getuigenis te bewandelen. Daarop zal zegen rusten.
Zo zegt de Here: Ga staan op de wegen, en zie, vraag naar de aloude paden, waar toch de goede weg is, en bewandel die. Dan zult u rust vinden voor uw ziel. Maar zij zeggen: Wij bewandelen die niet. (Jeremia 3 vers 16)
Dit geldt uiteraard ook voor ons, anno 2026. In het Nieuwe Testament worden vele aanwijzingen gegeven hoe de Gemeente moet functioneren, hoe deze moet worden bestuurd. Helaas heeft de christenheid menselijke wijsheid toegepast. De Rooms-katholieke kerk kent een uitgebreide hiërarchie van paus tot op het niveau van de plaatselijk parochie (gemeente). Dit systeem is een mix van de aloude priesterdienst van Israël, en de maatschappelijke opbouw van het Romeinse Rijk. Bekeerde en onbekeerde mensen werden toegelaten; tucht functioneerde niet of nauwelijks.
De Reformatie bood een kans alsnog verder te gaan op Bijbelse gronden. Maar men koos voor een synodaal systeem, waarbij opnieuw het gezag topdown werd ingericht. Op plaatselijk niveau kwamen er kerkenraden en universitair opgeleide voorgangers. Bekeerde en onbekeerde mensen werden toegelaten; tucht functioneerde ook hier niet of nauwelijks.
In de 19de eeuw waagden gelovigen uit diverse kerken de stap: terug naar de Bijbelse aanwijzingen. Ook zij hebben gefaald. Het vlees heeft gewerkt en verwoestingen aangericht. Vaak zijn beslissingen genomen in een sektarische geest, iets wat de Here nooit kan goedkeuren. Maar al dit falen is geen bewijs dat hetgeen de Here voorschrijft onmogelijk is uit te voeren. Laten we toch bij het begin beginnen: Moet een volk zijn God niet raadplegen?
1 Korinte 5 – Over zedeloosheid in de gemeente
Zoals gezegd, er was heel wat aan de hand in Korinte. In hoofdstuk 5 stelde Paulus ernstige immorele misstanden aan de kaak:
Men hoort algemeen dat er hoererij onder u voorkomt, en wel zo’n vorm van hoererij waarvan zelfs onder de heidenen geen sprake is, namelijk dat iemand de vrouw van zijn vader heeft. (1 Korinte 5 vers 1)
Er zaten diverse schadelijke kanten aan deze wandaad:
- De gemeente werd verontreinig door hoererij;
- De gemeente verootmoedigde zich niet, integendeel – men was zeer content met zichzelf;
- De gemeente kwam niet in actie – deze zondaar had onder tucht moeten worden gesteld;
- Het meest heilige deel van de christelijke eredienst – het avondmaal – werd gevierd alsof er niets aan de hand was.
Paulus’ reactie liet niets aan duidelijkheid te wensen over:
- Wat de gemeente te Korinte naliet, deed Paulus wel (‘in de geest’);
- Hij doet de kwaaddoener weg – levert hem over aan de satan;
- Hij geeft bovendien nadere richtlijnen.
1 Korinte 6 – Over rechtszaken tussen broeders
Hier lopen we tegen iets aan dat heden ten dage binnen de christenheid aan de orde van de dag is: rechtszaken.
Twee willekeurige berichten uit het Reformatorisch Dagblad
De christelijke gereformeerde Petrusgemeente in Broeksterwoude spant een kort geding aan om alsnog een ‘roepende kerk’ voor een volgende generale synode van de CGK te laten aanwijzen. (Geplaatst op 21 augustus 2025)
De Nederlandse gereformeerde kerk (Ngk) in Kampen moet, zo oordeelde de rechter begin deze maand, aan haar ex-koster 60.000 euro betalen voor nooit vergoede ‘onaangename uren’. (Geplaatst op 15 december 2025)
Het zijn slechts twee voorbeelden van een eindeloze rij zaken die door gemeenten, kerkenraden, voorgangers, organisten, en individuele lidmaten voor de wereldlijke rechter zijn gebracht. Dit ondanks de bijna wanhopig klinkende woorden van Paulus:
(…) Is er dan onder u niemand die wijs is, zelfs niet één, die in staat zou zijn een oordeel te vellen in een geschil tussen zijn broeders? (1 Korinte 6 vers 5)
Dit is een groot probleem. Door naar de rechter te stappen gaven ze er blijk van zelf niet in staat te zijn onderlinge geschillen op te lossen. Op die manier verloren ze hun goed getuigenis: ze zetten zichzelf te kijk. Paulus wees er op dat de gelovigen (ook die te Korinte) nota bene eens zelf oordelen zullen uitspreken.
2 Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen?
3 Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen?
Behalve dat deze gang naar de rechter de geloofwaardigheid van hun toekomstige verantwoordelijkheid en bijpassende wijsheid ondermijnt, toont het ook hun kennelijke onwetenheid:
15 Weet u niet dat uw lichamen leden zijn van Christus?
19 Weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest? (vers 19)
Onvermijdelijk gevolg: Christus kan niet worden gedeeld! (1 Korinte 1 vers 13). Elk geloofsvertrouwen ontbreekt: De Heilige Geest immers zou alle benodigde wijsheid schenken (Jakobus 3 vers 17). Van de geloofwaardigheid aangaande hun hoge toekomstige positie blijft zo bitter weinig over.
1 Korinte 11 – Over de juiste verhoudingen binnen de gemeente
De HSV zet boven de eerste 16 verzen van hoofdstuk 11 de kop ‘Plaats van de vrouw in de gemeente’. Maar dat is niet het onderwerp van dit gedeelte. Het gaat hier om de goddelijke gezagsverhoudingen die omwille van Gods eer gehandhaafd moeten worden. Paulus schetst twee lijnen:
|
De lijn van gezag: |
God → |
Christus → |
Man → |
Vrouw |
|
De lijn van onderdanigheid: |
Vrouw → |
Man → |
Christus → |
God |
Deze beide lijnen moeten in de samenkomst tot uiting komen (zichtbaar zijn). Eerst tekent de apostel de ongewenste situatie:
- De man bidt of profeteert met gedekt hoofd;
- De vrouw bidt of profeteert met ongedekt hoofd;
- De vrouw draagt kort haar;
- De man draagt lang haar.
Hieruit volgt dat er ook een gewenste situatie is:
- De man bidt of profeteert met ongedekt hoofd;
- De vrouw bidt of profeteert met gedekt hoofd;
- De vrouw draagt lang haar;
- De man draagt kort haar.
Het (al dan niet opzettelijk) negeren van deze aanwijzingen heeft gevolgen:
Als de man zijn hoofd dekt is dat tot oneer van zijn Hoofd (Christus)
Als de man lang haar draagt is dat tot oneer van zijn Hoofd (Christus)
Als de vrouw haar hoofd niet dekt is dat tot oneer van Christus en haar hoofd, de man
Als de vrouw kort haar draagt is dat tot oneer van Christus en haar hoofd, de man
Zoals gezegd, dit alles dient Gods eer. Maar ook vanwege de engelen zouden de gelovigen Gods rechten moeten eerbiedigen. Zij zijn toeschouwers in de Gemeente en ook ter wille van hen moet de goddelijke orde in acht worden genomen. Zij merken op dat de vrouw al dan niet een bedekking op het hoofd draagt als een teken van de positie van de man, aan wie ze onderdanig is. Zij merken dus ook op dat als een vrouw in de tegenwoordigheid van de Heer het hoofd gedekt heeft, ze daarmee tot uitdrukking brengt dat ze de man, als het hoofd haar door God gegeven, erkent.
Stel nu een gemeente waarin de rechten van God niet zichtbaar gehandhaafd blijven. Het hoofd wordt niet gedekt, en de haardracht van man en vrouw wijkt af van wat God bedoelt. De trouwe engelen zullen dit met verdriet opmerken, terwijl de boze engelen elkaar grijzend aankijken en zich verkneukelen om wat ze zien. De trouwe engelen zullen met hun Heer hun verdriet willen delen – de gemeente, door de Here Jezus duur gekocht, is onzorgvuldig waar het de eer en de heerlijkheid van God betreft.
Zie hier voor een uitgebreidere uiteenzetting van dit onderwerp.
1 Korinte 11 – Over de juiste houding ten aanzien van de gemeente
Paulus komt in de verzen 17 tot en met 19 terug op het probleem van verdeeldheid. In het eerste hoofdstuk had het te maken met het vormen van partijen. De een was om zo te zeggen Appoliaan, de tweede Kefasiaan en de derde Paulusiaan (excuus voor de lelijke benamingen). Nu, in hoofdstuk 11 gaat het om ‘afwijkingen in de leer’. We zagen eerder dat deze afwijkingen een doel dienen: God zuivert de gemeente.
Vervolgens vestigt de apostel de aandacht op misstanden bij het Avondmaal. In hoofdstuk 10 legt Paulus uit dat het Avondmaal meerdere betekenissen heeft. Een daarvan is dat aan de Tafel van de Heer de eenheid van de gemeente tot uitdrukking komt:
Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood. (1 Korinte 10 vers 17)
Het is echter meer dan een beeld; het moet ook in de praktijk tot uiting komen. Dat houdt in dat we het één zijn in Christus tot werkelijkheid moeten maken en elkaar in liefde moeten respecteren. Maar helaas, de manier waarop ze deelnamen aan het Avondmaal, was niet goed. Vooral de rijken gedroegen zich schandalig.
20 Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Here.
21 Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is.
22 Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? (…)(1 Korinte 11 vers 20-22)
De consequenties zijn zeer ernstig. Uitgerekend aan het Avondmaal heerst onrecht. God grijpt in: Hij oordeelt en straft, tuchtigt en voedt op. Dit leidt tot veel zwakken en zieken, en veel sterfgevallen. Het doel is dat de gemeente aan zelfonderzoek zal doen, zich bekeert. Dergelijke wantoestanden bewijzen dat men geen oog heeft voor ‘het lichaam van de Here’, nl. de christelijke gemeente. Het gaat erom dat de gelovigen inzien dat de gemeente het lichaam van de Here representeert. Paulus sluit dit gedeelte af met de aankondiging ‘de overige zaken zal ik opdracht geven wanneer ik kom’. Er was blijkbaar nog meer aan de hand.
1 Korinte H14 – Over orde in gemeente en eredienst
De (onderlinge) samenkomst bestaat in drie delen: de eredienst rondom de broodbreking, de woordbediening en de bidstond. Al meteen na de uitstorting van de Heilige Geest is dat het patroon, en wordt het als ideaal model aangehouden:
En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden. (Handelingen 2 vers 42)
Het vierde onderdeel, de gemeenschap, beperkt zich uiteraard niet tot de (zondagse) diensten. De gemeenschap komt tot uiting in het elkaar ondersteunen – zowel geestelijk als materieel.
In Korinte waren deze elementen uiteraard ook bekend, maar kwam het in de praktijk niet tot zijn recht. Hoezeer bijvoorbeeld de gemeenschap ontbrak was zichtbaar geworden bij de wantoestanden rond het Avondmaal. In hoofdstuk 14 neemt Paulus de eredienst en woordbediening onder de loep. Daarbij spreekt hij niet zozeer over de inhoud van de prediking, maar over het gebrek aan orde. Kortweg gezegd: het was een zootje. Eerst benoemt hij de reden van samenkomen: het aanbidden van God. Dat doen we door gebeden, gezangen, en ook (!) door middel van het onderwijs en de prediking. Vervolgens wijdt hij de nodige woorden aan de kennelijke wanorde. Hij geeft een aantal richtlijnen, maar benadrukt vooral het belang van het onderkennen van Wie de leiding in de diensten hoort te hebben: de Heilige Geest:
13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid (1), want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben (2), zal Hij spreken, en de toekomstige dingen (3) zal Hij u verkondigen.
14 Die zal Mij verheerlijken (4), want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. (Johannes 16 vers 13-14)
Deze woorden zijn van de Here Jezus. Hij spreekt over de Heilige Geest, en wat de Geest allemaal zal doen.
(1) Alleen de Heilige Geest kan de juiste informatie geven over de Vader en de Zoon;
(2) Zoals de Here Jezus aan de discipelen vertelde wat Hij van de Vader hoorde, zo zal ook de Heilige Geest niet uit Zichzelf spreken;
(3) Een belangrijk onderdeel van die verkondiging vormt de profetie;
(4) De Heilige Geest zal de gelovigen leren Wie de Here Jezus is.
De Heilige Geest kan alleen werken als de gelovige, als de gemeente gehoorzaam en toegewijd is. Is dat niet het geval, dan bedroeven we de Geest (Efeze 4 vers 30). De gemeente te Korinte was wat dat betreft een leerrijk voorbeeld van hoe het niet moet.
1 Korinte 15 – Over verkeerde leer aangaande de opstanding
Sommigen onder de Korintiërs zeiden dat er geen opstanding van de doden is. In een fel betoog toont Paulus aan dat die opvatting absurd is. Hij noemt een aantal argumenten om dat te onderstrepen.
Als er geen doden worden opgewekt,
– dan is Christus ook niet opgewekt,
– is de prediking van Paulus en de andere apostelen zonder inhoud,
– is het geloof van de Korintiërs zonder inhoud,
– zijn Paulus en de andere apostelen valse getuigen van God,
– is het geloof zinloos,
– zijn de zonden van de gelovigen niet vergeven,
– zijn alle mensen en dus ook de gelovigen verloren.
Blijkbaar zijn er mensen (binnen of buiten de gemeente) die deze dwaling verkondigen. Paulus geeft opdracht dergelijke lieden te mijden. Immers, slecht gezelschap bederft goede zeden (1 Korinte 15 vers 33). Vergelijk Mattheüs 22 vers 29 en Markus 12 vers 27.
Er is meer …
Behalve al deze ernstige zaken geeft de apostel ook nog uitgebreid onderricht over het hoe en waarom van goede werken (hoofdstuk 3), de grote verantwoordelijkheid en bijbehorende juiste gezindheid van dienstknechten van God (hoofdstuk 4), en over huwelijk, echtscheiding, ongehuwd zijn en seksualiteit (hoofdstuk 7). Het bekende en populaire hoofdstuk 13 over de liefde is het hoogtepunt van de brief.
In het volgende artikel zullen we iets zien van de manier waarop gelovigen dergelijke misstanden dienen te benaderen, dat is de tucht.
