Aanleiding 1
Recentelijk zijn twee boeken verschenen waarvan de inhoud riekt naar de leer van de alverzoening, een dwaalleer dus, een valse leer. David de Vos schreef ‘Alle mensen zijn kinderen van God’. Reinier Sonnevelds ‘Het einde van de hel’ werd zelfs uitgeroepen tot theologisch boek van het jaar. Beide boeken hebben veel stof doen opwaaien, en zoals dat gaat met stofwolken, het belemmert het zicht. Hoewel er al jaren een artikel over de alverzoening op dit weblog staat, vraagt de actualiteit om opnieuw te reageren. De vraag is simpel: als alverzoening zou bestaan, vanwaar dan al die oordelen in de Bijbel?
Aanleiding 2
Een tweede aanleiding vond ik tijdens het luisteren naar een preek van reformatorische snit over het laatste oordeel. De uitleg week sterk af van wat we in kringen van de Vergadering gewoon zijn te leren. Wél goed uit de verf kwamen de waarschuwingen voor de onontkoombare realiteit van Gods oordeel, en de daarbij passende oproep tot tijdige bekering. Voor het overige bleef het gebodene onduidelijk en liet vele vragen open. Nu heb ik ook al eens over dit onderwerp geschreven. Zie daarvoor dit artikel.
Het blijkt echter dat de opvattingen rondom het oordeel voor de Grote Witte Troon dermate uiteenlopen, dat het dienstig lijkt een en ander nog iets nader toe te lichten. We beginnen met een aantal begrippen die met ons onderwerp samenhangen. Bovendien blijken er meerdere oordelen te zijn.
[1] Tweeduizend jaar geleden voltrok God het oordeel van de gelovigen aan Christus (2 Korinte 5 vers 21), al [2] tweeduizend jaar lang beoordeelt God de levenswandel van de gelovigen (1 Korinte 11 vers 31-32), [3] na de Opname zullen de werken van de gelovigen geoordeeld worden voor de rechterstoel van Christus (2 Korinte 5 vers 10), [4] bij de aanvang van het Duizendjarig Rijk zullen de volkeren worden geoordeeld (Mattheus 25 vers 31-46) en [5] na het Duizendjarig Rijk worden de ongelovige doden geoordeeld (Openbaring 20 vers 11-15).
Over dit laatste oordeel gaat dit artikel. Maar eerst dus de begrippen die helder moeten zijn. Zonder inzicht in deze bijkomende Bijbelse informatie blijven allerlei zaken onduidelijk
Eerste opstanding en tweede opstanding
Allereerst moeten we onderkennen dat de Bijbel spreekt over twee typen opstanding: de eerste en de tweede. De Bijbel leert ons overduidelijk dat éénmaal alle doden zullen worden opgewekt (Johannes 5 vers 29). Dit is voor elke christen een waarheid van het grootste belang, want anders zou het geloof in Christus Jezus zonder enige inhoud zijn (1 Korinte 15 vers 13-14). Maar: wat we wel goed moeten onderscheiden is dat de Bijbel niet leert dat alle gestorvenen op hetzelfde moment zullen worden opgewekt. Dat blijkt alleen al uit het feit dat een gedeeltelijke opwekking van de heiligen al heeft plaats gevonden (Mattheus 27 vers 52-53).
Twee opstandingen moeten nog komen. Het onderscheid tussen deze twee wordt ook wel ‘de opstanding ten leven’ en de ‘opstanding ten oordeel’ genoemd. Verder ook wel de ‘opstanding der rechtvaardigen’ en de ‘opstanding der onrechtvaardigen’ (Daniel 12 vers 2; Johannes 5 vers 28-29). In schema:
De eerste opstanding bestaat uit drie fasen
➡︎ In Nieuwtestamentische tijden:
Christus, de eersteling (1 Korinte 15 vers 20, 23)
Veel oudtestamentische heiligen (Mattheus 27 vers 52-53)
➡︎ Bij de afsluiting van de genadetijd (gemeentetijd), middels de Opname, vlak voor de
Grote Verdrukking:
De overige oudtestamentische rechtvaardigen (1 Thessalonica 4 vers 15)
De in Christus ontslapenen (1 Thessalonica 4 vers 14, 16)
➡︎ Bij de afsluiting van de Grote Verdrukking (Daniels jaarweek), vlak voor het
Duizendjarig vrederijk:
De martelaren uit de Grote Verdrukking (Openbaring 20 vers 4-6)
De tweede opstanding omvat slechts een fase
➡︎ Bij de afsluiting van het Duizendjarig vrederijk:
De opstanding van de onrechtvaardigen (Openbaring 20 vers 5, 12-13)
Eerste dood en tweede dood
Vervolgens moeten we ons realiseren dat de Schrift spreekt over drie typen dood.
De lichamelijke dood, waarbij lichaam, ziel en geest worden gescheiden (2 Korinte 5 vers 18; Prediker 12 vers 7).
De geestelijke dood (dat is op aarde leven gescheiden van God, Efeze 2 vers 1).
De tweede dood (dat is voor eeuwig gescheiden zijn van God, Openbaring 21 vers 8).
Het boek des levens
Het Boek des levens is een boek of register waarin God de namen schrijft van hen die eeuwig leven (zullen) hebben, of ook wel het boek van waaruit namen van verlorenen gewist worden. We stuiten hierbij op de vraag of het Boek des levens aan het begin der tijden geheel leeg was – en dus gaandeweg gevuld werd, of dat het Boek des levens juist alle namen bevatte van elk mens die ooit heeft geleefd, maar dat in de loopt der tijden tallozen er helaas uit moesten worden verwijderd. De eerste opvatting vinden we bijvoorbeeld in de Psalmen:
Laat hen uitgewist worden uit het boek des levens (..)(Psalm 69 vers 29)
De tweede lezing lijkt in het boek Openbaring te worden gegeven:
En allen die op de aarde wonen, zullen hem (de antichrist) aanbidden, ieder wiens naam, van de grondlegging van de wereld af, niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam dat geslacht is. (Openbaring 13 vers 8)
Deze (schijnbare) tegenstrijdigheid is voor de mens niet te doorgronden. Het gaat echter niet aan deze elkaar tegensprekende beelden een fout in de Schrift te noemen, alsof hier iets onjuist zou zijn. Het is slechts een van die vele zaken waarin blijkt dat Gods gedachten hoger zijn dan de onze (Jesaja 55 vers 8-9). Beide opties laten we dus naast elkaar bestaan:
I. Alle mensen worden aanvankelijk in het Boek des Levens vermeld, maar van velen wordt de naam in de loop van hun leven verwijderd.
en/of:
II. Aanvankelijk is het Boek des Levens leeg, maar van velen wordt de naam in de loop van hun leven toegevoegd.
Overige boeken
Behalve het Boek des Levens blijken er nog andere boeken te worden bijgehouden. Maleachi noemt er een:
De Here slaat er acht op en luistert. Er is een gedenkboek geschreven voor Zijn aangezicht, voor wie de Here vrezen en wie Zijn Naam hoogachten. (Maleachi 3 vers 16)
De Here Jezus spreekt over ‘alles’ wat ooit bekend zal worden, dat alles wordt nauwkeurig vastgelegd:
Want er is niets bedekt wat niet geopenbaard zal worden, en er is niets verborgen wat niet bekend zal worden. (Lukas 12 vers 2)
Dus ja, er is een rapportage van wat ieder mens in zijn leven gedaan of gezegd heeft, hetzij goed, hetzij fout. Het is allemaal nodig voor het oordeel voor de Grote Witte Troon. (Zie ook Psalm 62 vers 13; Jeremia 17 vers 10; Romeinen 2 vers 6; 1 Petrus 1 vers 17).
Voor de Troon
Dan nu het bewuste gedeelte uit Openbaring:
11 En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was.
12 En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken.
13 En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken.
14 En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.
15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen. (Openbaring 20 vers 11-15)
De Herziene Statenvertaling heeft boven de beschrijving van de gebeurtenissen voor de Grote Witte Troon ‘Het laatste oordeel’ gezet. De Telos-vertaling geeft ‘De grote, witte troon’. Die verschillen zijn er niet zomaar. Het weerspiegelt iets van de opvatting over deze ontzagwekkende gebeurtenis, hoe men die uitlegt. In de Apostolische Geloofsbelijdenis wordt het in een zin benoemd als ‘vanwaar Hij (de Here Jezus) komen zal om te oordelen de levenden en de doden’.
Het woord ‘laatste’ uit ‘Het laatste oordeel’ geeft op zich al aanleiding tot verwarring. Want, veronderstelt men met ‘laatste’ een rangorde van oordelen, waarbij dit oordeel dan de laatste in de rij is? Of ziet het meer op ‘laatste’ in de betekenis van de ‘overigen’, mensen over wie Gods oordeel nog niet is uitgesproken?
Op het moment dat de Grote Witte Troon wordt opgesteld is voor elk mens die ooit heeft geleefd al lang bepaald of ze al dan niet behouden zijn. Dat wil zeggen dat alleen de verlorenen voor de Grote witte Troon komen! Dit wordt bevestigd door nauwkeurig lezen. – De doden worden gegeven door de dood, het dodenrijk en de zee (vers 13), met andere woorden door de onderwereld, niet door de hemel. In de hemel bevinden zich de gelovigen die behouden zijn (zie ook Openbaring 6 vers 9-11).
– Het hele gedeelte spreekt over veroordelen, niemand wordt vrijgesproken. Alleen een veroordeling wordt genoemd (vers 14), geen vrijspraak.
– Bovendien wordt het boek des levens niet geraadpleegd, het dient hier alleen om te bevestigen wat allang vaststaat: deze mensen zijn veroordeeld, want ze staan er niet in.
Elk ander scenario plaatst ons voor onbegrijpelijke consequenties. Ga maar na, als – zoals zo vaak wordt beweerd – iedereen uiteindelijk aan dat laatste oordeel zou worden geroepen, het pas dan voor wie dan ook duidelijk zal worden waar zijn eeuwige bestemming ligt.
Henoch (Genesis 5 vers 24) zou dan na al die eeuwen bij God te hebben gewoond, alsnog het risico lopen verloren te gaan. En dat geldt voor talloze anderen. Mozes bijvoorbeeld, Jozua, Samuel, David, Hizkia, Jesaja, Jeremia enzovoort. Alle in het beroemde hoofdstuk 11 uit de Hebreeënbrief genoemde geloofshelden, staan dan eveneens in de lange rij mensen te wachten om hun definitieve oordeel te horen vellen. En let op: de Bijbel noemt ze nota bene geloofshelden.
En wat het Nieuwe Testament betreft, de apostelen zouden niet zeker zijn van hun behoud, de arme Lazarus zou vanuit de schoot van Abraham terug moeten naar de Grote witte Troon, ja zelfs de misdadiger tegen wie de Here Jezus zegt: ‘Heden zult u met Mij in het paradijs zijn’, verkeert alsnog in onzekerheid.
Wanneer staat je behoudenis vast?
Het kan niet vaak genoeg worden benadrukt: tijdens het leven hier op aarde wordt bepaald wat ’s mensen eeuwige bestemming is. In de geschiedenis (niet: gelijkenis!) van de rijke man en de arme Lazarus wordt dat volstrekt duidelijk:
22 Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd.
23 En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot. (Lukas 16 vers 22-23)
Lazarus werd meteen naar de hemel gebracht, de rijke man vond zichzelf terug in de hel. Die plaatsing is definitief. Daarbij wordt ons nog een andere belangrijke waarheid voorgehouden:
En bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan. (Lukas 16 vers 26)
Een onoverbrugbare kloof! Voor eeuwig. Geen vagevuur, geen tijdelijke straf. Op het moment van sterven staat voor iedereen zijn of haar bestemming vast. Maar waarom worden de verlorenen dan voor de Grote Witte Troon geplaatst? Als dan toch al duidelijk is waar hun eeuwige bestemming ligt, dan is dat toch niet meer nodig? We zullen zien dat dat wel het geval is.
Het boek des levens
Het oordeel vindt plaats aan de hand van twee of meer boeken. Hier zijn dan de boeken met het complete verslag van alle mensen die ooit geleefd hebben (vergelijk Maleachi 3 vers 16). Omdat het om boeken (meervoud) gaat, kan het zijn dat het ene boek alle positieve daden vermeldt, en het tweede alle negatieve. Maar dat is niet zeker. Dat al hun daden hierin staan bewijst dat het om ongelovigen gaat. Zouden er ook gelovigen tussen staan dan zou alles wat tegen hen zou kunnen worden ingebracht uitgewist zijn (Handelingen 3 vers 19; Kolosse 2 vers 14). Daar komt bij dat de naam van de ongelovigen niet in het Boek des levens blijkt te staan (Lukas 10 vers 20; Filippi 4 vers 3; Openbaring 3 vers 5). Niemand zal iets kunnen inbrengen tegen deze bewijslast. Het staat vast, wie hier voor de Grote Witte Troon staat is verloren ‘omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God’ (Johannes 3 vers 18).
Toch lijkt het bij oppervlakkig lezen net alsof die uitkomst nog wel moet worden bepaald. Er staat namelijk dat ‘de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken’ (Openbaring 20 vers 12). Om dit te begrijpen moeten we de gang van zaken betreffende hun werken de gelovige naast die van de ongelovige leggen.
- De gelovige hoort van de Here Jezus voor Diens rechterstoel op grond van zijn werken of hij loon zal ontvangen, en wat dat voor loon zal zijn.
- De ongelovige hoort van de Here Jezus voor de Grote Witte Troon op grond van zijn werken onder welke omstandigheden hij de eeuwige straf zal moeten ondergaan.
- Plaats van handeling, aard van de zitting, tijdstip van zitting en doel zijn in elk opzicht verschillend; alleen de Rechter is Dezelfde Persoon.
Voor zowel gelovigen als ongelovigen geldt dat het aardse leven in elk opzicht beslissend is voor waar en hoe men de eeuwigheid zal doorbrengen.
- De gelovige is behouden en ontvangt loon.
- De ongelovige is voor eeuwig verloren en hoort voor de Grote Witte Troon hoe zwaar zijn lijden zal worden.
Jakobus houdt ons in zijn brief voor dat ‘wie weet goed te doen, en het niet doet, het voor hem zonde is’ (Jakobus 4 vers 17). Dat ‘weten’ geeft gewicht aan iemands verantwoordelijkheid. Weinig weten geeft minder, veel kennis meer verantwoordelijkheid. Sodom en Gomorra, en Tyrus en Sidon waren zeer zondige steden. Toch zullen ze minder zwaar gestraft worden als steden die de verkondiging van het koninkrijk Gods hebben gehoord, en die vervolgens afwezen.
Voorwaar, Ik zeg u: Het zal voor het land van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad. (Mattheüs 10 vers15)
22 Maar Ik zeg u: Het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor u.
24 Maar Ik zeg u dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor u. (Mattheüs 11 vers 22 en 24)
Dat geldt ook voor ieder mens afzonderlijk.
47 En die slaaf die de wil van zijn heer gekend heeft en geen voorbereidingen getroffen heeft en ook niet naar zijn wil gehandeld heeft, zal met veel slagen geslagen worden.
48 Wie echter zijn wil niet gekend heeft en dingen gedaan heeft die slagen verdienen, zal met weinig slagen geslagen worden. En van ieder aan wie veel gegeven is, zal veel teruggevraagd worden en van hem aan wie men veel toevertrouwd heeft, zal men des te meer eisen. (Lukas 12 vers 47-48)
Ook de schriftgeleerden zullen een zwaarder oordeel ontvangen (Lukas 20 vers 47). Immers, wie meer weet is meer verantwoordelijk. Hun zelfgetuigenis keert zich dan ook tegen hen. Zij keken neer op de schare die de wet niet kent (Johannes 7 vers 49).
Voor de Grote Witte Troon worden mensen geoordeeld naar het licht dat ze ontvangen hebben. Er zijn tengevolge daarvan verschillen in de zwaarte van het vonnis.
Voor alle ongelovigen geldt:
En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen. (Openbaring 20 vers 15)
Er zal echter verschil zijn in de omstandigheden waaronder men die straf zal ondergaan. Vergelijk een veroordeling tot levenslange gevangenisstraf: het maakt nogal uit of men die diep onder de grond moet doorbrengen in een vieze, vochtige kerker tussen ratten en ander ongedierte, dan wel in een moderne gevangenis onder een humaan regime of geheel alleen en verlaten op een onbewoond eiland.
Het is ons aangezegd
Doorheen heel de Bijbel worden Gods oordelen aangekondigd en uitgevoerd. Deze aankondiging is tevens onderdeel van de Nieuwtestamentische prediking van het evangelie:
En Hij heeft ons bevolen tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij Degene is Die door God aangesteld is tot een Rechter over levenden en doden. (Handelingen 10 vers 42)
[…] omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan. (Handelingen 17 vers 31)
Vanmorgen (25-11-2025) stond een illustratief berichtje op Teletekst:
In de VS zijn de rechtszaken tegen twee hoge Amerikaanse functionarissen die het opnamen tegen president Trump van de baan. Een rechter seponeerde de zaken (…)
De analogie is duidelijk:
David de Vos en Reinier Sonneveld hebben zich op de stoel van de rechter gezet. De zitting voor de Grote Witte Troon is volgens hen van de baan. Ze hebben alle (!) zaken geseponeerd.
