Leugens

Al sinds de schepping woedt er op aarde een oorlog tussen waarheid en leugen. Deze strijd lijkt zich anno nu te verhevigen. We horen van nieuws en nepnieuws, van informatie en desinformatie en wat dies meer zij. Vooral op internet (ongecontroleerd en ongecensureerd) heerst een complete chaos. Het is het domein bij uitstek van de leugenaar van den beginne (Johannes 8:44). Zijn Griekse naam is duivel. Dat woord stamt van het Griekse Diábolos, wat letterlijk staat voor ‘doorelkaargooier’ in de betekenis van ‘iemand die zaken verwart’, ‘iemand die de feiten verdraait’, ‘lasteraar’. Hij wordt ook satan genoemd, dat is ‘tegenstander’. Omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft (Openbaring 12:12), zien we zijn inspanningen hand over hand toenemen. In dit artikel iets over die activiteiten.

Waakzaamheid

De Here Jezus begint Zijn rede over de laatste dingen met een waarschuwing: ‘Pas op dat niemand u misleidt’ (Mattheüs 24:4). In mijn reeks ‘De tekenen uit Mattheüs 24 onder de loep‘ laat ik zien dat alle in Mattheüs 24 genoemde tekenen werkelijkheid worden in de laatste jaarweek, zoals beschreven in Openbaring 6-19. De misleiding waarover de Here Jezus spreekt wordt pas realiteit in de figuur van de ruiter op het witte paard. Oppervlakkig beschouwd lijkt het om de Here Jezus Zelf te gaan. Deze ruiter is echter een bedrieger. Ga maar na, Hij verschijnt op het toneel als gevolg van het openen van het eerste zegel … door de Here Jezus Zelf! Deze oplichter draagt een boog, maar heeft geen pijlen. Toch blijkt hij te kunnen zegevieren, en dat doet hij met woorden, bedrieglijke woorden. Het is een valse messias, hoewel nog niet de antichrist. 

Noot: De HSV gebruikt onterecht hoofdletters bij de persoonlijke voornaamwoorden ‘Hij’, ‘Die’ en ‘Hem’. Zo wordt goddelijkheid aangeduid en gesuggereerd dat de ruiter de Here Jezus zou zijn.

In het Nieuwe Testament vinden we geen bevestiging van de tekenen uit Mattheüs 24. Toch komt de uitdrukking ‘in de laatste dagen’ regelmatig voor. En dan wordt steeds dat ene genoemd: misleiding en bedrog, beter bekend als ‘valse leer’.

En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. (2 Timotheüs 3:1) 

Dit moet u allereerst weten, dat er in het laatste der dagen spotters zullen komen, die naar hun eigen begeerten zullen wandelen (2 Petrus 3:3) 

dat zij u gezegd hebben dat er in de laatste tijd spotters zullen zijn, die naar hun eigen goddeloze begeerten wandelen. (Judas :18)

Dit grenzeloze bedrog, dat in de laatste jaarweek zijn dieptepunt bereikt, kenmerkt de laatste dagen voor de Opname. Zie het als opmaat voor de werkelijke vervulling die in de laatste jaarweek zal plaatsvinden. Dit kenmerk van valse leer is volgens Paulus tevens Gods manier om de ‘beproefden’ te onderscheiden van de ‘afvalligen’.

Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen. (1 Korinte 11:19)

Petrus vertelt ons dat Gods oordelen beginnen bij de Gemeente.

Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God (…)(1 Petrus 4:17)

Het resultaat van dit oordeel zal wereldwijde afval zijn.

Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen ( 1 Timotheüs 4:1)

Ziet u de formulering? De Geest zegt uitdrukkelijk! Het door Paulus gebruikte Griekse woord (legei) geeft tevens aan dat deze uiting van de Geest een voortdurend doorgaand spreken is. Mensen zullen afvallig worden van het geloof en meer en meer luisteren naar valse leer. Het wordt nog ernstiger als we bedenken dat deze dwaalleringen niet van buiten de gemeente komen, maar van binnenuit. Het komt van ‘gelovigen’ die vallen voor ‘misleidende geesten en leringen van demonen’. De Heilige Geest heeft niet voor niets op talrijke plaatsen in het Nieuwe Testament de Gemeente opgeroepen tot waakzaamheid. In Openbaring 3 is het de Here Jezus Zelf die de Gemeente oproept waakzaam te zijn.

2 Wees waakzaam (…)

3 Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast (Openbaring 3:2-3)

Hoe herkennen we nu valse leer? Hoe houden we vast aan de echte waarheid? Hoe voorkomen we dat we zelf van het geloof afvallen? Daarvoor gaan we te rade bij de Bijbel – uiteraard.

Geen ander evangelie

Een ander evangelie is vaak een vermenging van het evangelie met iets anders. In de brief aan de Galaten gaat het om het evangelie én de wet.

6 Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie,

7 terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien.

8 Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.

9 Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt. (Galaten 1:6-9)

Paulus maakt twee dingen duidelijk. 

Ten eerste is het onmogelijk dat een vermenging van evangelie met een andere leer een goede zaak kan zijn. Als een vermenging geleerd wordt zal in de praktijk het toegevoegde gaan overheersen. Anders gezegd, het evangelie wordt ontkracht. Het omgekeerde komt ook voor, men laat dan iets essentieels weg uit de boodschap. Wees vooral op uw hoede voor mensen die gloedvol over het christendom praten maar nooit over Jezus. 

Ten tweede kan er geen persoon bestaan – niet op aarde, niet in de hemel – die zo belangrijk is dat hij met het vermengen weg zou kunnen komen. Zo iemand haalt zich de vloek van God op de hals. Daarom, hoe voornaam of bekend de prediker ook mag zijn, beslissend is wat hij brengt, niet wie het brengt.

Wie heeft u betoverd?

Zoals we hierboven al zagen is de bron van alle dwaalleer een demonische. Maar ook het verkondigen van dwaalleer heeft demonische trekjes. Paulus gebruikt het woord ‘betoveren’ om aan te duiden dat boze machten aan het werk zijn. Wie betoverd is verkeert in een willoze toestand, en staat open voor allerlei beïnvloeding.

O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd om de waarheid niet te gehoorzamen; u voor wie Jezus Christus eerder voor ogen is geschilderd alsof Hij onder u gekruisigd was? (Galaten 3:1)

Betovering uit zich als een toestand van fascinatie. 

Fascinatie komt van het Latijnse woord fascinatio. Het duidt op betovering en op beheerst worden door. Maar ook op onweerstaanbaar geboeid zijn. Wanneer je gefascineerd bent, laat je je meeslepen, meenemen, inspireren. Dan voel je de opwinding en de spanning in jouw lijf. Het is meer dan ‘iets wel interessant vinden’. Het gaat om bekoring, verlokking. Je bent niet meer te houden wanneer je fascinatie voelt. (Bron)

Het is dus zaak nuchter te blijven als je onder het gehoor komt van een ‘charismatische’ persoonlijkheid, iemand met uitstraling, die een bijzondere gave heeft om anderen te boeien, te inspireren en te leiden. Let vooral op wat hij zegt, of wat hij juist niet zegt. Volg het voorbeeld van de gelovigen te Berea.

En dezen (de Bereërs) waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren. (Handelingen 17:11)

Zij zijn een voorbeeld voor alle gelovigen. Prediking moet altijd getoetst te worden aan de Schrift. 

16 Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid,

17 opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust. (2 Timotheüs 3:16,17)

Noot: ‘Charismatisch’ in christelijke zin ziet op een bijzondere genadegave die God door de Heilige Geest aan gelovigen verleent.

Leringen van boze geesten 

Hierboven al even genoemd, maar nu meer op de inhoud bekeken. Opmerkelijk is dat de negatieve ontwikkelingen waar Paulus voor waarschuwt in zijn dagen al werden waargenomen. De boodschap is echter dat de verwording langzaam maar zeker door zal zetten, totdat het verval het karakter van grootschalige afval krijgt. Een en ander lijkt zich in onze dagen te voltrekken. Zie voor deze geleidelijke achtergang ook mijn ‘In de gunst staan bij heel het volk‘.

1 Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen,

3 Zij verbieden te trouwen en [gebieden] zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden. (1 Timotheüs 4:1,3)

We kunnen afval definiëren als ‘niet genoeg hebben aan de persoon Jezus Christus’. Men wil er iets bij om nog ‘christelijker’ te zijn. Paulus noemt twee voorbeelden. 

  • Hoewel God het instituut huwelijk aan de mens heeft gegeven, zijn er lieden die verbieden te trouwen. 
  • Hoewel God de mens een geweldige verscheidenheid aan voedsel heeft gegeven, zowel om zich mee te voeden, als om van te genieten, leren sommige afvalligen anders. Ze gebieden medegelovigen zich te onthouden, zich tot het uiterst noodzakelijke te beperken. 

Dit zijn slechts twee voorbeelden. Het repertoire van de afval is echter zeer uitgebreid en gevarieerd. 

Intussen zien we anno 2022 vele voorbeelden van afval om ons heen. Een zeer bedenkelijke rol daarbij speelt de moderne kijk op het spreken van de Bijbel, die via preken en godsdienstlessen tot verwoestende resultaten leidt. Voorbeelden die om extra waakzaamheid vragen zijn het evangelie plus naturalisme (evolutieleer), het evangelie plus complottheorieën en het evangelie plus ijveren voor een ‘modernere’ moraal. Op de achtergrond van dit alles zien we het rijk van de duisternis. De Here Jezus spreekt in niet mis te verstane bewoordingen over de satan.

(…) de duivel, (…) staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen. (Johannes 8:44)

De apostel Paulus schrijft dat de geestelijke strijd niet een strijd is tegen mensen.

Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke [machten] van het kwaad in de hemelse gewesten. (Efeze 6:12)

Daarom, laat wie de prediking van de afval aanhoort bedenken dat we eigenlijk luisteren naar boze geesten. Het is niet zo simpel hier ongeschonden door heen te komen. Niet zelden zijn we er blind voor dat we ons toevertrouwen aan demonen. Daarom beveelt Paulus ons het dragen van de complete (!) wapenrusting van God aan.

Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. (Efeze 6:11)

Bovendien, en eigenlijk ten eerste, heeft de Here Jezus ons de toegang tot de Goddelijke wijsheid ontsloten, toen Hij de discipelen vertelde van de toen nog komende Heilige Geest. 

(…) de Geest van de waarheid, zal (…) u de weg wijzen in heel de waarheid, (Johannes 16:13)

Heilige Geest versus boze geest. Het is diep tragisch dat de mens al sinds de zondeval eerder geneigd is de aartsleugenaar te vertrouwen, dan (de Heilige Geest van) God.

Verdraaien

Petrus stelt nog een andere andere misdraging aan de orde: verdraaien. Verdraaien betekent verkeerd overbrengen, verkeerd voorstellen, zo herhalen dat het lijkt alsof iemand iets anders heeft gezegd. Hij stelt dit in zijn tweede brief aan de orde.

15 (…) zoals ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid die hem gegeven is, u geschreven heeft,

16 zoals ook in alle brieven, wanneer hij deze dingen ter sprake brengt. Daaronder zijn sommige zaken die moeilijk te begrijpen zijn, die de onkundige en onstandvastige mensen verdraaien, tot hun eigen verderf, net als de andere Schriften. (2 Petrus 3:15-16)

Petrus schrijft lovend over zijn ‘collega’ Paulus, noemt hem geliefd. Wat de wijsheid van Paulus betreft, stelt Petrus vast dat die hem gegeven is. Het gaat dus niet om eigen wijsheid, maar die van boven. Paulus is geïnspireerd als hij zijn brieven schrijft. Zo bevestigt Petrus dat deze brieven deel uitmaken van de Heilige Schrift. Ze staan gelijk aan ‘de andere Schriften’, lees de evangeliën en het Oude Testament.

Nu is niet alles wat Paulus heeft geschreven, gemakkelijk te begrijpen. Dat mag echter geen vrijbrief zijn om aan ‘cherry-picking’ te doen, oftewel alleen dat te gebruiken wat in de eigen kraam te pas komt. Het gaat volgens Petrus om ‘onkundige en onstandvastige mensen’, dwaalleraars dus. Eerder in zijn brief schrijft hij over ‘mensen die lasteren wat zij niet kennen’ (2 Petrus 2:12), en ook Judas schrijft zo over deze mensen als hij het over valse leraars heeft (Judas :10). 

Pas daarom op voor leraars die hun verhaal baseren op slechts een of enkele Schriftplaatsen. Door de context te negeren kan een tekst een heel andere betekenis krijgen. We worden dan geconfronteerd met wat Petrus een ‘eigenmachtige uitleg’ noemt (2 Petrus 1:20). Ernstiger is het de tekst zo te buigen dat de inhoud iemand goed uitkomt. Juist daar gaan dwaalleraars de mist in. Zij maken de boodschap van het (profetische) Woord afhankelijk van de eigen verklaring. Helemaal griezelig wordt het als dwaalleraars reppen over exclusieve openbaringen hun gegeven door de Geest. We belanden dan bij ‘vernuftig verzonnen verdichtsels’.

Recente voorbeelden van teksten die het slachtoffer werden van ‘eigenmachtige uitleg’ zijn Mattheüs 24:14, Mattheüs 24:35 en Openbaring 18:23.

Bezeten?

Na alle info kan bij de lezer de indruk zijn gewekt dat elke leraar die verkeerde leer brengt, bezeten is door een boze geest. Dat is uiteraard niet het geval. Maar hoewel we de verdorvenheid van het menselijk hart niet moeten onderschatten, kan er wel degelijk sprake zijn van demonische beïnvloeding. Hoe dat werkt laten de volgende voorbeelden zien.

Petrus

Dankzij goddelijke inspiratie sprak Petrus zijn beroemde belijdenis uit: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’ De Here Jezus Zelf vertelt Petrus dat hij geïnspireerd werd tot het doen van deze belijdenis.

En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u [dat] niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. (Mattheüs 16:17)

Even later echter meent Petrus de Here Jezus te moeten onderhouden over Diens sterven te Jeruzalem. Dat was voor Petrus onbestaanbaar. De Here Jezus echter keert Petrus demonstratief de rug toe en bestraft de satan.

Hij keerde Zich om en zei tegen Petrus: Ga weg achter Mij, satan! U bent een struikelblok voor Mij, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen. (Mattheüs 16:23)

De implicatie is duidelijk: Petrus’ tussenkomst was hem ingegeven door de duivel. Zo kort na elkaar, eerst goddelijk en dan demonisch geïnspireerd. Was Petrus nu bezeten? Nee. Het volgende voorbeeld laat het verschil zien.

Judas

Judas was een van de twaalven. Niettemin noemt de Here Jezus hem een duivel. Waarom? Was Judas al bezeten? Nee. Maar de Here wist wat er niet veel later zou gebeuren.

Jezus antwoordde hun: Heb Ik u, de twaalf, niet uitgekozen? En een van u is een duivel. (Johannes 6:70)

Tijdens de paasmaaltijd wordt Judas’ verraad in werking gezet. We lezen dat de satan Judas een en ander al voor de maaltijd had ingefluisterd. 

Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas Iskariot, [de zoon] van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden (Johannes 13:2)

Judas geeft gehoor aan de suggestie van satan. Op dat moment wordt hij een werktuig van satan. Dit geeft de boze de ruimte zijn intrek in Judas te nemen.

En met [het nemen van] het stuk brood voer de satan in hem. Jezus dan zei tegen hem: Wat u [wilt] doen, doe het snel. (Johannes 13:27)

Judas verliest de macht over zichzelf; hij wordt bezeten door satan. Zo kan het met dwaalleraars ook gaan. Als ze zich lenen werktuig van de satan te zijn, leveren ze zich aan hem uit. Ze spelen dus met vuur! Wat was nu het verschil tussen beide mannen? Dit: Petrus was een gelovige, een volgeling van Christus. Judas daarentegen was een ongelovige. Dat blijkt onder meer uit het feit dat hij de Here Jezus nooit met Here aansprak, maar slechts rabbi noemde. De bescherming die Petrus bij de Here Jezus had gevonden, was aan Judas voorbijgegaan.

Zondeval

Deze geschiedenis ligt al eeuwen lang onder vuur. Men geeft het allerlei betekenissen die op het eerste gezicht wel iets redelijks in zich hebben, maar ten diepste voorbijgaan aan de essentie van de gebeurtenissen. Zo stelt men dat de zondeval archetypisch is, een oeroude voorstelling van zaken, die bijvoorbeeld kan staan voor de ontwikkeling van de mens van dier tot (intelligent en nadenkend) mens, van natuurwezen naar cultuurwezen. Van een sprekende slang wil men dan uiteraard niet weten, laat staan een paradijs en onsterfelijkheid. Dat zijn op zijn best allegorische details. De Bijbel zelf echter ‘interpreteert’ de gebeurtenissen in de Hof van Eden niet, integendeel, de Schrift houdt ze voor historisch, voor echt gebeurd. 

Volgens Genesis ontstaat de mensheid uit slechts twee personen, een man en een vrouw. De Here Jezus bevestigt dat en gebruikt het als argument in een gesprek met de Farizeeën.

Hij antwoordde en zeide: Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt? (Mattheüs 19:5)

Ook Paulus gaat uit van de schepping van een eerste man en een eerste vrouw als een historisch feit.

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. (1 Timoteüs 2:13)

Ook de zondeval blijkt echt te hebben plaatsgevonden. Het Nieuwe Testament gaat uit van een historische gebeurtenis.

Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou. (Romeinen 5:14)

(…) zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft (…) (2 Korinte 11:3)

Kortom, reden genoeg om Genesis 3 serieus te nemen.

De zondeval draait om het al dan niet gehoorzamen van het gebod dat God aan Adam (!) had gegeven.

16 En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten,

17 maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven. (Genesis 2:16-17)

Eva was op dat moment nog niet geschapen. Het verbod aangaande de boom van de kennis van goed en kwaad heeft ze waarschijnlijk van Adam gehoord. Hoe hij het haar precies verteld heeft weten we niet. Letterlijk, of in eigen woorden? En hoe Eva het heeft begrepen, weten we evenmin. Feit is dat als de slang ten tonele verschijnt, Eva’s weergave van het verbod niet helemaal gelijk is aan dat wat we in bovenstaande verzen lezen. Er wordt nog wel eens smalend gesproken over het letterlijk lezen en interpreteren van de Bijbeltekst. Hier blijkt dat nauwkeurig weergeven en aanhoren van levensbelang kan zijn. Als de slang zijn verderfelijke werk aanvangt, doet hij er nog een schepje bovenop.

De slang (…) zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? (Genesis 3:1)

Twee zaken worden hier verkeerd voorgesteld.  

  • Terwijl de Bijbeltekst spreekt over Here God (JHWH Elohim), zet de duivel de relatie met God onder druk door alleen het woord God (JHWH) te gebruiken – zo creëert hij een gevoel van afstand.
  • Het is niet waar dat de mens van geen enkele boom in de hof mocht eten.

De vrouw geeft antwoord.

2 En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten,

3 maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. (Genesis 3:2-3)

Ze corrigeert de duivel, maar zet het gebod en passant extra stevig aan. Niet alleen ‘niet eten’, maar ook ‘niet aanraken’. Het komt over als een poging het gezag van God extra te benadrukken. Het verbod geldt slechts voor één boom, maar dat verbod is dan ook zeer heftig van karakter. Niet eten, niet aanraken, want anders …, aldus de vrouw. In latere tijden is een verbod tot aanraken zeker van kracht, zie Exodus 19:12. De zondeval heeft immers gezorgd voor een onoverbrugbare kloof tussen God en mens, een kloof die in de Hof van Eden niet bestond. Daarom is het maar de vraag of ‘niet aanraken’ wel waar was. Hoe dit ook zij, de duivel komt nu met zijn ‘gedachtenbom’.

4 Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven.

5 Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. (Genesis 3:4-5)

Met deze woorden bouwt de duivel voort op het ‘afstandelijke’. We zien hier in feite de eerste ‘complottheorie’. God zegt, je zult sterven. De duivel zegt: ‘Welnee, het zit anders. De echte reden is dat God de mens klein wil houden. Hij is God, en wil niet dat jullie aan Hem gelijk zullen worden. Vandaar dat verbod’. Ergo, God is niet eerlijk, Hij is niet te vertrouwen. Dat blijkt volgens de duivel ook uit het feit dat het niet waar is, dat de mens zou sterven. God heeft de waarheid voor de mens verborgen gehouden. Als ze eten zullen ze pas echt van de volle potentie van het ‘mens zijn’ genieten. Ze zullen weten wat goed en wat kwaad is. Net zoals God dat weet.

Dit is het ware karakter van elke complottheorie. Complotdenkers wantrouwen officiële instanties en zoeken zelf naar een andere uitleg. De duivel creëert wantrouwen, en geeft een andere (onware) uitleg. Het gevolg is dat de mens Gods gebod overtreedt. Merk op dat de duivel geen dwang uitoefent, hij suggereert alleen maar. Het blijkt afdoende.

Zo gaat het vandaag de dag nog steeds met het Woord van God. Steeds opnieuw horen we ‘Is het echt zo dat God gezegd heeft?’ En dan volgt een (ingewikkelde) redenering waaruit duidelijk moet worden wat God echt heeft bedoeld. En dat blijkt dan iets anders te zijn dan wat er staat. 

Les

Ik neem u even mee naar het jaar 1859 en we bevinden ons aan de rand van de Niagara Waterval. De Fransman Charles Blondin was de eerste mens die op 17 augustus 1859 als koorddanser over de Niagara-kloof ging. Die kloof is het korte gedeelte aan Amerikaanse zijde. Hij danste over een touw dat 340 meter lang was en 8 cm dik. Na de eerste oversteek kwamen de variaties: hij deed het geblindeerd, als zakloper, op stelten. Hij pauzeerde midden op het touw om daar uit meegebrachte ingrediënten een omelet te bakken en die op te eten en toen duwde hij een kruiwagen naar de overkant met daarin een vracht die hetzelfde gewicht had als een mens. Aan de juichende menigte vroeg Blondin of zij, nu ze gezien hadden dat hij het gewicht van een mens kon vervoeren, ook wilden geloven dat hij een mens naar de overkant zou kunnen brengen. Dat werd uiteraard onder groot gejuich bevestigd. Toen hij vervolgens vroeg om een vrijwilliger bleek er onder de hele menigte niemand bereid dat avontuur met hem aan te gaan. (…) (Bron)

Er wordt gezegd dat de woorden geloven en vertrouwen synoniemen zijn, dat wil zeggen woorden met een gelijke betekenis. Bovenstaande geschiedenis toont aan dat dit niet het geval is. Immers, de gehele menigte geloofde dat Blondin in staat was een mens naar de overkant te brengen. Geloven betekent hier ‘overtuigd zijn van de waarheid’. Maar niet één uit de menigte durfde het aan zich aan Blondin toe te vertrouwen. Ze geloofden Blondin dus wel, maar vertrouwden hem niet.

Zo is het ook met het geloof in Gods Woord. Uit de talrijke voorbeelden neem ik die van de man met de verschrompelde hand. Dat de Farizeeën erop uit waren de Here Jezus op een overtreding te betrappen, laat ik hier buiten beschouwing. Dat brengt ons tot de volgende korte geschiedenis.

1 En Hij kwam opnieuw in de synagoge; en er was daar iemand die een verschrompelde hand had. (…)

3 En Hij zei tegen de man die de verschrompelde hand had: Sta op en ga in het midden staan. (…) 

5 Hij zei tegen de man: Steek uw hand uit. En hij stak hem uit, en zijn hand werd hersteld, gezond als de andere. (Markus 3:1-6)

We lezen niet dat de man geloof had. We lezen wel dat hij gehoorzaamde. Als hij niet in het midden van de synagoge was gaan staan, was er voor hem geen genezing geweest. Als hij zijn hand niet had uitgestrekt, was er niets gebeurd. Waaruit bleek zijn geloof? Uit zijn gehoorzaamheid. Waaruit bleek zijn vertrouwen op de Here Jezus? Opnieuw: uit zijn gehoorzaamheid. De volgorde is dus: vertrouwen -> geloven -> gehoorzamen. De zondeval was mogelijk omdat het vertrouwen van Eva (en Adam die er bij stond!) aan het wankelen werd gebracht. Toen de duivel met succes twijfel zaaide aan de betrouwbaarheid van God verdampte hun geloof, wat vervolgens leidde tot ongehoorzaamheid. Wat zei de Here Jezus ook al weer? 

(…) ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft. (Mattheüs 7:24)

(…) ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden. (Mattheüs 7:26)

God heeft de Here Jezus gegeven tot redding van de mensheid. De duivel doet er alles aan om het aantal geredden zo klein mogelijk te houden. Daarmee begon hij in de Hof van Eden, daar is hij vandaag de dag mee bezig, en dat zal hij blijven doen totdat voor hem het einde komt. Elke verdraaiing van het Woord van God, hoe klein ook, heeft ernstige gevolgen. Het schaadt het vertrouwen in Gods Woord, het ondermijnt het geloof, en het leidt tot ongehoorzaamheid. 

Tot slot nog een voorbeeld uit het Handelingen 13.

Ze (Barnabas en Paulus) trokken het hele eiland door en kwamen in Pafos. Daar ontmoetten ze een Joodse waarzegger, een zekere Bar-Jezus, die zich voordeed als profeet. Hij leefde op kosten van de landvoogd Sergius Paulus, die overigens een verstandig man was. Deze liet Barnabas en Paulus bij zich roepen, want hij verlangde het woord van God te horen. Maar Elymas, de waarzegger – want zo wordt zijn naam vertaald – werkte ze tegen en probeerde de landvoogd van het geloof af te houden. (Vertaling Anne de Vries)(Handelingen 13:6-8)

Paulus en Barnabas waren boodschappers van de waarheid. Ze verkondigden de enige Weg tot behoud. Landvoogd Sergius Paulus wilde hen graag horen. Zo geschiedde. Maar er was een stoorzender, die nota bene luisterde naar de naam Bar-Jezus (zoon van Jezus) of ook wel Elymas (tovenaar, waarzegger, bezig met occulte zaken). Hij probeerde te voorkomen dat de landvoogd tot geloof kwam. Paulus maakte daar rigoureus een einde aan:

O duivelskind, vol van alle bedrog en van alle sluwheid, vijand van alle gerechtigheid, zult u er niet mee ophouden de rechte wegen van de Here te verdraaien? (Handelingen 13:10)

De apostel noemt vijf aspecten:

Duivelskind, in plaats van ‘kind van Jezus’ Hij blijkt dezelfde slechte gezindheid en hetzelfde boosaardige karakter te hebben als zijn vader de ‘duivel’
Vol van bedrog Hij heeft een leugenachtige en bedrieglijke aard
Vol van sluwheid Net als zijn vader is hij listig en geslepen
Vijand van alle gerechtigheid Hij heeft een hevige afkeer van de gerechtigheid Gods door het geloof in Christus
Verdraaier van de rechte wegen van God Hij gaat niet rechtstreeks in tegen Gods Woord, maar herhaalt het op zo’n manier dat het lijkt alsof God iets anders heeft gezegd

De Bijbel zegt:

Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voorstellen als licht, en licht als duisternis; (Jesaja 5:20)

Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood. (Spreuken 14:12)

Als men morele voorschriften in de Bijbel ‘een modernere betekenis’ geeft, maakt men zich tot werktuig van de boze.
Als men de Schepper vervangt door tijd en toeval, maakt men zich tot werktuig van de boze.
Als men Gods Woord verlaagt tot mensenwoord, maakt men zich tot werktuig van de boze.
Als men Bijbelse profetie een eigenmachtige uitleg geeft, maakt men zich tot werktuig van de boze.

Het zegt niets als zo iemand zich christen noemt.
Het zegt niets als zo iemand iets met de beste bedoelingen doet.

Wie niet wil luisteren naar de stem van de Heilige Geest wordt vroeger of later het slachtoffer van ‘dwaalgeesten’ en ‘leringen van demonen’, medewerker van de firma List en Bedrog.


Zie ook mijn ‘Valse profeten? Valse leraars!‘ over hetzelfde onderwerp, bekeken vanuit een andere invalshoek.