Wat hangt ons boven het hoofd? 

Onheil?

Satan leeft onder ons 

‘Satan leeft onder ons’ is de titel van een boek van Hal Lindsay. Het verscheen in 1972 in de Verenigde Staten, en niet lang daarna ook in Nederland. Het is een van die boeken die je nooit meer vergeet. De titel klinkt niet erg vrolijk, maar het is een verrassend nuchter boek over een realiteit die de wereld meestal negeert. Gelovigen daarentegen weten dat het waar is: de satan leeft op aarde, en zijn invloed is onmiskenbaar. 

De laatste jaren bekruipt me echter het gevoel dat onder diezelfde gelovigen de angst voor de satan toeneemt. Dat hangt nogal eens samen met profetieën in het Bijbelboek Openbaring. Met name de inhoud van hoofdstuk 13 speelt daarin een rol. Op de een of andere manier laten christenen zich nu al intimideren door de gedachte aan de antichrist (het beest) en de valse profeet. Het gaat om deze verzen:

15 En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het  beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.

16 En het maakt dat men aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd;

17 en dat niemand kan kopen of verkopen dan wie het merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam.

18 Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat die het getal van het beest berekenen, want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.

Als je erop wijst dat dit gaat gebeuren in de grote verdrukking en dat de gemeente dan niet langer op aarde is, krijg je steevast te horen dat men nu al ontwikkelingen ziet die vooruitlopen op de regeerperiode van de antichrist. Ik zal het niet ontkennen. Maar wat dan nog? Alles wat in de Bijbel wordt geprofeteerd zal gebeuren, daar hebben we geen invloed op. Vreemd genoeg leeft desondanks de gedachte dat gelovigen weerstand moeten bieden aan deze ontwikkelingen. Letterlijk hoor je ze zeggen dat ze niet willen meewerken aan satans plannen. Helaas, een onzinnige gedachte. Niemand weet hoe laat het is op Gods klok. En al helemaal niemand is in staat de wijzers van die klok terug te duwen. Bedenk daarom het volgende.

Toen …

Er is niets wat we kunnen doen om invloed uit te oefenen. Wat er gaande is laat zich het beste beschrijven als ‘God is bezig het toneel klaar te maken voor de laatste akte’. Alle ontwikkelingen op het gebied van macht, controle en geld zijn ‘gereedschappen’ van de satan. God is bezig het toneel klaar te maken. Hij doet dat echter niet Zelf, maar laat satan zijn gang gaan. We kunnen dit het beste vergelijken met de aanvang van het boek Job.

God vraagt satan of hij wel heeft gezien dat Job godvrezend is. Daarop daagt satan God uit Job alles af te nemen. Dan zal duidelijk worden dat Job alleen maar zo vroom is, omdat God hem rijk gezegend heeft. God staat satan toe dit ‘plan’ uit te voeren.

Satan mag echter niet zomaar zijn gang gaan. Integendeel, God stelt de grens. Wel zijn bezittingen, niet Job zelf. Het vervolg laat zien dat Job God trouw blijft ondanks de rampen die hem treffen. Satan keert na verloop van tijd terug voor Gods troon en zegt wel te weten waarom Job God niet vaarwel zegt. Satan heeft Job in zijn gezondheid ongemoeid moeten laten. Daar zit hem de kneep. Ook deze tweede stap mag satan zetten. Maar, opnieuw, God stelt de grens. Satan mag Job op een vreselijke manier ziek maken, maar mag Job niet doden.

… en nu

We kijken even achter de schermen:

Dit zien we in onze dagen opnieuw gebeuren, alleen deze keer op wereldschaal. Satan zet allerlei ontwikkelingen in gang die er uiteindelijk toe zullen leiden dat hij de gehele mensheid in zijn macht heeft – langs de weg van de totale controle. Hij zal een waterdicht systeem realiseren.

We zien het gebeuren, stap voor stap. Niemand kan het keren, want God heeft satan de ruimte gegeven dit allemaal te doen. Maar net als ten tijde van Job, heeft God ook nu grenzen bepaald. Satan mag veel, maar alleen dat wat God hem toestaat te doen. Want: uiteindelijk is het God Zelf die al deze ontwikkelingen voor Zijn eigen doelstellingen gebruikt. Nogmaals: het toneel voor de oordelen over de mensheid wordt in gereedheid gebracht.

En dus is er reden bang te zijn? Dat lijkt me niet. Wat zegt de Here Jezus ook al weer als Hij zijn toespraak in Lukas 21 heeft voltooid?

Als nu deze dingen beginnen te gebeuren, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij. (Lukas 21:28)

Stel dat we inderdaad getuige zijn van het ‘begin van deze dingen’, wat dan? Dan zegt de Here Jezus ‘richt je op, kijk omhoog!’ Het begin van de tekenen is voor de gelovigen immers geen aankondiging van rampspoed, maar van de naderende verlossing (lees: de opname). De tekenen moeten ons niet terneerdrukken, maar juist oprichten.

Maar los van het bovenstaande, hoe weten we dit zo zeker? De geschiedenis van Job staat opgetekend in Gods Woord. Gods Woord is de waarheid, Jobs geschiedenis is dus zoals die daar staat weergegeven. Geen twijfel mogelijk. Maar de huidige geschiedenis? Kunnen we de gegevens uit Openbaring 13 terugvertalen naar onze huidige tijd? We weten het niet, sterker: we kunnen het niet weten – het is immers toekomst. En er is meer dan alleen een niet weten. Wie Openbaring leest vanaf hoofdstuk 6 kan niet anders dan concluderen dat bovenstaande interpretatie van Openbaring 13 wel heel problematisch is. Zie daarvoor mijn ‘De Dag des Heren – meer dan alleen de antichrist‘.

Bang door verkeerde leer

Veel gelovigen reageren vandaag de dag op dezelfde manier als die te Thessalonica. Ze zijn angstig (al zal vrijwel niemand dat toegeven!). Maar we hoeven niet bang te zijn. Paulus haast zich dan ook de toekomstige gebeurtenissen op een rijtje te zetten. Als je sommige verzen leest, dan zie je in gedachten hoe hij bij wijze van spreken de Thessalonicenzen vastpakt en ze door elkaar rammelt.

Raak niet plotseling de kluts kwijt, wees niet ongerust! Laat je door niemand iets wijsmaken. Je weet toch wel dat ik je dit gezegd heb toen ik nog bij jullie was? (2 Thessalonica 2:2-3, 5)

Satan

Bovenstaande wordt mede veroorzaakt doordat men satan eigenschappen, macht en vermogens toekent die niet in de Bijbel staan. Een van die goddelijke eigenschappen is de alomtegenwoordigheid. Dat is ergens wel te begrijpen. Immers, iedere gelovige ervaart verzoeking. Velen zeggen achteraf dat ze werden lastiggevallen door satan persoonlijk. En dat terwijl die gelovigen op verschillende plaatsen gelijktijdig werden verzocht. En daar heb je het al. Hoe kan dat?

Het is niet zo moeilijk. Dat mensen op hetzelfde moment zulke ervaringen hebben is waar, maar wie zit er achter die ervaringen? Is dat steeds satan? Nee. Satan kan maar op een plaats tegelijk zijn. Hoe lost hij dat dan op? Dat doet hij door middel van zijn onderhorige demonen. Zij dienen de satan en bestoken Gods kinderen. Zo ontstaat de indruk dat hij alomtegenwoordig is. 

Satan kwam ten val doordat hij aan God gelijk wilde zijn. Maar dat is hij niet, en dat wordt hij ook nooit. Hij aapt sindsdien God op vele manieren na om de mensen te laten denken dat hij inderdaad aan God gelijk is en goddelijke eigenschappen bezit. Trap er niet in!

Lijden en vervolging

Dit alles betekent natuurlijk niet dat christenen geen lijden of vervolging hoeven te ondergaan. Kijk alleen maar eens naar de jaarlijkse rapporten van Open Doors en je ziet dat wereldwijd christenen vervolgd worden. En dat gaat al zo’n 2000 jaar zo. Deze vervolgingen zijn aangekondigd in het Nieuwe Testament.

12 Voor dit alles echter zullen zij hun handen aan u slaan en u vervolgen, terwijl zij u overleveren in de synagogen en gevangenissen en u brengen voor koningen en stadhouders ter wille van mijn naam;

(…)

16 En u zult overgeleverd worden zelfs door ouders, broers, bloedverwanten en vrienden, en zij zullen er van u doden.

17 En u zult door allen worden gehaat ter wille van mijn naam. (Lukas 21:12, 16-17)

Het ‘voor dit alles’ slaat op de grote verdrukking. Dus, nog voor die losbreekt, zullen christenen worden vervolgd. Die vervolgingen zijn echter geen tekenen in de zin van aankondigingen van profetische gebeurtenissen. Het zijn tekenen van een waarachtig geloof dat op de proef gesteld wordt. De Here Jezus sprak er over en ook de apostelen.

11 Gelukkig bent u wanneer zij u smaden en vervolgen en liegend allerlei kwaad van u spreken ter wille van Mij.

12 Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want zo hebben zij de profeten vervolgd die voor u geweest zijn. (Mattheus 5:11-12)

En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus zullen vervolgd worden. (2 Timotheüs 3:12)

Want dat is genade, als iemand droeve dingen verdraagt ter wille van het geweten voor God, terwijl hij onrechtvaardig lijdt. (1 Petrus 2:19)

Ook in deze dingen zien we de rol van satan en zijn demonen. Zij mogen de gelovigen in verzoeking brengen. God laat dat toe. Maar slechts in beperkte mate. God heeft een doel met deze handelwijze: onze geestelijke opvoeding.

5 (…) ’Mijn zoon, acht de tuchtiging van de Heer niet gering en bezwijk niet als u door Hem bestraft wordt;

6 want wie de Heer liefheeft, tuchtigt Hij en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt’.

7 U verdraagt het tot tuchtiging; God behandelt u als zonen; want welke zoon is er die een vader niet tuchtigt? (Hebreeën 12:5-7)

Bedenk dat deze tuchtiging soms, maar lang niet altijd, over ons komt door aanvallen van boze machten. Natuurrampen, ongelukken en ziekten kunnen ons heel goed treffen buiten de werking van de boze om.

Veilig

We kunnen het niet vaak genoeg herhalen: de satan is een verslagen vijand. Immers, onze Here ging in de dood om satan zijn macht te ontnemen en hem zijn prooi te ontrukken. 

14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel,

15 en allen zou verlossen (…).(Hebreeën 2:14-15) 

Bekering is nodig. Niet alleen om verlost te worden van de zonde(schuld), maar ook om over te gaan van de duisternis naar het licht, van de macht van satan tot God.

(…) opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij. (Handelingen 26: 18)

Christus heeft bovendien de macht weggenomen van alles waardoor mensen gevangen kunnen worden gehouden. Het zijn de machten, de overheden en wereldbeheersers in de hemelse gewesten die misbruik maakten van al de zondige neigingen van de mens.

Daarom zegt Hij: ’Opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven’. (Efeze 4: 8)

Behalve alle Bijbelse gegevens die wijzen op een verslagen vijand, hebben gelovigen ook nog de hulp, de ondersteuning van de Geest van God. De Heilige Geest dus, Die groter en machtiger is dan welke boze macht dan ook.

U bent uit God, kinderen, en hebt hen overwonnen, omdat Hij die in u is, groter is dan hij die in de wereld is. (1 Johannes 4:4)

Het gevolg is dat al die intimiderende boze machten het in hun broek doen van angst. Ze weten immers donders goed wat hen boven het hoofd hangt: een eeuwig oordeel!

U gelooft dat God een is? Daar doet u goed aan; de demonen geloven dat ook en zij sidderen. (Jakobus 2:19)

Het Woord

Maar wat als we wel worden aangevallen? De allesoverheersende boodschap van de Schrift is: niet bang zijn. Nergens voor nodig. Zoals we zagen is hij al verslagen. Maar hij loopt nog wel vrij rond en doet er alles aan om zo veel mogelijk angst aan te jagen. Petrus vergelijkt hem met een brullende leeuw.

Weest nuchter, waakt; uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden. (1 Petrus 5:8)

Het beeld van een brullende leeuw is zeer effectief. Wie wel eens een mannetjesleeuw heeft horen brullen, weet hoe indrukwekkend dat klinkt. In het wild is dat het gebrul van een hongerige leeuw op zoek naar prooi. Het is de aankondiging van de dood van een ander dier. Maar de duivel komt niet verder dan brullen. Hebt u ooit de duivel horen brullen? Ik niet. Niemand niet. Het is een beeld, meer niet. Voor het brullen van satan heeft hij de niet-gelovige mensheid nodig. Hij zet ‘zijn mensen’ aan om het de gelovigen zo moeilijk mogelijk te maken. Liefst ontketend hij complete vervolgingen. Hij hoopt zo christenen ertoe te bewegen hun Heiland te verloochenen. En daarin zou hij best eens kunnen slagen, als God ons niet zou beschermen. En bedenk steeds dat God satan toestaat dit te doen. God echter stelt de grens: tot hier toe en niet verder.

U heeft geen verzoeking getroffen dan menselijke; en God is getrouw, die niet zal toelaten dat u verzocht wordt boven wat u kunt verdragen; maar met de verzoeking zal Hij ook de uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen.(1 Korinte 10:13)

Door de Bijbel te lezen en toe te passen kunnen we weten wat zijn tactieken zijn en zo voorkomen dat we in de problemen komen. Denk aan de Here Jezus! Toen Hij verzocht werd door de duivel citeerde Hij God Woord. Daar had de duivel niet van terug. Zo mogen ook wij de tegenstander tegemoet treden. Jakobus roept ons niet voor niets op weerstand te bieden aan de duivel, dus niet bang te zijn.

Onderwerpt u dan aan God. Weerstaat echter de duivel en hij zal van u vluchten. (Jakobus 4:7)

De duivel weerstaan doen we als we op God vertrouwen. Satan ziet dat, weet hij geen kans heeft, en zal op de vlucht slaan. Lees daarom zo’n tekst als een toezegging van God en vertrouw er op!

De wapenrusting

In Efeziërs 6:11-18 wordt ons verteld hoe we staande blijven in de geestelijke strijd. Paulus legt ons dat uit met het beeld van de wapenrusting van een ten strijde trekkende soldaat.

Doet de hele wapenrusting van God aan, om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. (Efeze 6:11)

Deze wapenrusting dienen we compleet te dragen – er staat hele (!) – en te onderhouden. Doen we dat niet, dan vallen er gaten in onze verdediging en worden we kwetsbaar. Daarom tot slot nog een korte rondgang langs de onderdelen van onze wapenrusting.

Houdt dan stand, uw lendenen omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid (Efeze 6:14)

Waarheid: een groeiende kennis en begrip van de Schriften en van de juiste manier om ze op het leven toe te passen.

Gerechtigheid: ik verschijn niet voor God in mijn eigen gerechtigheid, maar in die van Christus die mij aanvaardbaar maakt.

de voeten geschoeid met de toerusting van het evangelie van de vrede (Efeze 6:15)

Vrede: God heeft zielenrust voor ieder die in Jezus Christus gelooft.

(…) bovenal het schild van het geloof hebt opgenomen, waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. (Efeze 6:16)

Geloof: het eenvoudige, onvoorwaardelijke geloof in het feit dat Christus meer dan in staat is om in al mijn noden te voorzien.

En neemt de helm van de behoudenis (Efeze 6:17a)

Behoudenis: ik weet dat mijn zaligheid absoluut veilig en compleet is; mijn verlossing hangt gelukkig niet af van mijn gedrag.

en het zwaard van de Geest, dat is het woord van God, (Efeze 6:17b)

Het Woord van God: als satan aanvalt, moet ik hardop verzen citeren.

terwijl u te allen tijde bidt in de Geest met alle gebed en smeking (Efeze 6:18a)

Gebed: we staan voortdurend in contact met onze ‘Veldheer’!

Zo zit dat, en dus …

Wat hangt ons boven het hoofd?

‘uw verlossing is nabij’