In het vorige artikel hebben we een begin gemaakt met het onderwijs dat de Here Jezus gaf. Eerst en vooral leerde Hij dat Hij God was, God Die gekomen was in het vlees. Waarachtig God en waarachtig Mens derhalve.

Andere leerstukken van de Here Jezus zijn:

– de mens is verloren in zonden en misdaden

– de mens is niet in staat zichzelf te redden

– de mens wordt gered uit genade, op basis van geloof

– …

Wat leerde de Here Jezus over het Woord van God?

Het voert te ver om al de onderwerpen waarover de Here Jezus heeft gesproken te benoemen en van bewijsplaatsen te voorzien. Daar wordt inmiddels zo’n tweeduizend jaar aan gewerkt. Alleen al binnen de kring van de broederbeweging zijn ontelbare boeken over dit thema geschreven. Er is echter één onderwerp dat ik wel graag onder de aandacht wil brengen, en dat is hoe de Here Jezus heeft gesproken over het Woord van God.

Niet alle ‘theologische’ geschriften over de Bijbel worden geschreven opdat de lezer meer zal begrijpen van Gods boodschap aan de mens. Met name de laatste 200 jaar wordt veel gepubliceerd dat niets anders beoogt dan de Bijbel in diskrediet te brengen. Van alles wordt beweerd. Schepping, zondeval en zondvloed hebben nimmer plaatsgevonden. Koning David heeft nooit bestaan, enzovoorts. Wat zegt de Here Jezus over dit alles? Opmerkelijk veel, en Hij bevestigt keer op keer de juistheid van het Oude Testament. Hieronder een kleine bloemlezing.

Om te beginnen brengt Hij de geloofwaardigheid van het door Hem tot stand gebrachte heil in verband met wat in het Oude Testament geschreven staat. Dat wat in de profeten en de geschriften stond sloeg op Hem! De Here Jezus benadrukt daarmee hoe betrouwbaar die geschriften zijn.

25 En Hij zei tot hen: O onverstandigen en tragen van hart in het geloven van alles wat de profeten hebben gesproken!

26 Moest de Christus dit niet lijden, en zo in zijn heerlijkheid binnengaan?

27 En te beginnen met Mozes en alle profeten legde Hij hun uit wat in al de Schriften over Hem stond. (Lukas 24:25-27)

En wat staat er niet allemaal in het Oude Testament! De boodschap van het heil in Christus komt tot ons in de vorm van profetieën, typologieën en geschiedenissen. Al aan het begin van Zijn arbeid op aarde benadrukt Hij het gezag en de betrouwbaarheid van het Oude Testament. Het luistert zelfs zo nauw, dat tot op het niveau van de kleinste leestekens alles exact zo moet blijven als het oorspronkelijk door de Heilige Geest is ingegeven.

18 Want voorwaar, Ik zeg u: totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal niet een jota of een tittel van de wet voorbijgaan totdat alles is gebeurd.

19 Wie dan een van deze geringste geboden ontbindt, en de mensen zo leert, zal de geringste worden genoemd in het koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en leert, die zal groot worden genoemd in het koninkrijk der hemelen. (Mattheus 5:18-19)

In Mattheus 5:19 (zie hierboven) lijkt de Here Jezus Zich als het ware rechtstreeks tot de hedendaagse criticasters te richten. Wat zijn er veel ‘geleerden’ die veel (zo niet alles) uit het Oude Testament naar het rijk der fabelen verwijzen en daar bovendien onderwijs in geven: aan de theologische hogescholen bijvoorbeeld waar nota bene nieuwe predikanten worden opgeleid.

Tegenover de leidslieden van Israël bevestigt de Here Jezus het gezag van het Oude Testament door het aan te halen in Zijn twistgesprekken met hen. Zie hoe Hij hamert op het belang van kennis van het Oude Testament. Steeds opnieuw klinkt het: ‘Hebt u nooit gelezen?’

Hij echter zei tot hen: Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij honger had, en zij die bij hem waren? (Mattheus 12:3)

Of hebt u niet gelezen in de wet, dat op de sabbat de priesters in de tempel de sabbat ontheiligen en onschuldig zijn? (Mattheus 12:5)

Hij antwoordde echter en zei: Hebt u niet gelezen dat Hij die hen heeft geschapen, hen van het begin af als man en vrouw heeft gemaakt? (Mattheus 19:4)

(…) Jezus nu zei tot hen: Jawel, maar hebt u nooit gelezen: ‘Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt U Zich lof bereid’? (Mattheus 21:16)

Wetenschap?

En hoe zit het met al die delen uit het Oude Testament waarover de ‘wetenschap’ tegenwoordig van oordeel is dat het nooit (zo) is gebeurd? De Here Jezus leert precies het tegenovergestelde: het is wel gebeurd!

De schepping Hij antwoordde echter en zei: Hebt u niet gelezen dat Hij die hen heeft geschapen, hen van het begin af als man en vrouw heeft gemaakt? (Mattheus 19:4)
De zondvloed Want zoals zij waren in die dagen voor de zondvloed, etend en drinkend, trouwend en uithuwelijkend, tot op de dag dat Noach in de ark ging (Mattheus 24:38)
De verwoesting van Sodom en Gomorra op de dag echter dat Lot uit Sodom ging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen (Lukas 17:29)
De vrouw van Lot Denkt aan de vrouw van Lot. (Lukas 17:32)
de koningin van Scheba De koningin van het Zuiden zal worden opgewekt in het oordeel met dit geslacht en het veroordelen, want zij kwam van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier! (Mattheus 12:42)
Jona Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn. (Mattheus 12:40)

Opstanding uit de doden

Die andere ‘onmogelijkheid’ (althans volgens de wetenschap) is de opstanding. Als er geen opstanding is, schrijft Paulus, dan is Christus niet opgestaan, dan is er geen enkele hoop op redding, laat staan op een eeuwig leven. Gelukkig spreekt de Here Jezus Zelf in heldere bewoordingen over de opstanding uit de doden. Die is er! Punt uit.

31 Wat nu de opstanding van de doden betreft, hebt u niet gelezen wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei:

32 ‘Ik ben de God van Abraham en de God van Izaak en de God van Jakob’?

33 Hij is niet de God van doden maar van levenden. (Mattheus 22:31-33)

Zie hoe de Here Jezus ook hier weer wijst op het Oude Testament: ‘Hebt u niet gelezen?’ Abraham, Izak en Jakob leven, niet bij wijze van spreken, maar echt. Zij leven voor God, en leven bij God. Ook zij zullen eens, op Gods tijd, opstaan uit de doden!

Verklaring van verklaring

Wetenschappers die de historische betrouwbaarheid van het Oude Testament in twijfel trekken weten uiteraard heel goed dat de Here Jezus in het Nieuwe Testament bij voortduring juist wel die betrouwbaarheid benadrukt. En omdat men wel aanvoelt dat hiermee ‘extra gevoelig’ terrein wordt betreden, wil men de eigen stellingname rechtvaardigen. Dat gebeurt op verschillende manieren.

  1. De Here Jezus zou Zich alleen waar het Zijn eigen prediking betreft, beroepen op het Oude Testament. Dus, alleen maar als het Hem goed uitkwam! We noemen dat ook wel cherry picking (kersen plukken).
  2. De Here Jezus was een Kind van Zijn tijd. Ook al beweerde Hij de waarheid te spreken, in werkelijkheid wist Hij niet beter. Geen wonder dus dat Hij al die dingen uit het Oude Testament voor waar hield. Wij weten intussen wel beter.
  3. De schrijvers van de evangeliën hebben alles verzonnen. In werkelijkheid heeft de Here Jezus dit soort uitspraken nooit gedaan.

Wat moet je hier nu mee? Niets. Het zijn uitspraken van ongelovigen over zaken die zich 2000 jaar geleden hebben voorgedaan. Ze spreken met de stelligheid van iemand die er zelf bij was. Het lijkt wel alsof ze een soort persoonlijke openbaring hebben gehad. Het is echter de botte taal van het ongeloof.

Kracht

Laten we bedenken dat behalve de waarheid, er nog een ander aspect is aan het Woord. En dat is de werkzaamheid, de kracht die er van uitgaat. Die kracht is zo groot dat de Here Jezus in de woestijn de duivel kon verjagen door ‘slechts’ uit het Oude Testament te citeren.

De Here Jezus sprak het Woord, schreef het Woord, onderwees het Woord, verdedigde het Woord. Hij – de knecht des Heren – is het Woord!