Geloof

Paulus zet in zijn brief aan de Romeinen uiteen hoe Abraham werd gerechtvaardigd: op grond van geloof. Werken, besnijdenis en wet speelden geen enkele rol.

Want wat zegt de Schrift? ’En Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend’. (Romeinen 4:3)

Maar wat was nu dat geloof van Abraham? De Farizeeën geloofden ook: in het bestaan van God bijvoorbeeld: een algemeen geloof, zonder relatie. Abraham echter gaf blijk van geloof in de messiaanse beloften die God hem gedaan had.

5 Toen leidde Hij hem naar buiten, en zeide: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.

6 En hij geloofde in de Here, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid. (Genesis 15:5-6)

Abraham geloofde, vertrouwde, dat God Persoonlijk er voor zou zorgen dat hij nageslacht zou krijgen. Zelfs toen naar de mens gesproken dit onmogelijk leek, bleef Abraham geloven. Abraham geloofde ‘tegen hoop op hoop’.

(Abraham) die tegen hoop op hoop heeft geloofd, opdat hij een vader van vele volken zou worden, volgens wat gezegd was: ’Zo zal uw nageslacht zijn’. (Romeinen 4:18)

Nu lijkt het in de beloften aan Abraham alleen te gaan om nageslacht in de volgende generatie. Hij zou bijvoorbeeld sterven, en hoe zat het dan met de erfenis? Zou die zijn voor zijn knecht Eliëzer? Nee, zegt Paulus, de belofte had een veel verder reikende inhoud. Uit het nageslacht van Abraham zou God uiteindelijk de Messias doen worden geboren.

Aan Abraham nu werden de beloften gedaan en aan zijn zaad; Hij zegt niet: ’En aan de zaden’, als van velen, maar als van een: ’En aan uw zaad’, dat is Christus. (Galaten 3:16)

Zo nu is ons geloof: het is een persoonlijk vertrouwen in Jezus Christus, dat Hij zal waarmaken wat Hij heeft beloofd, namelijk redden wie in Hem gelooft (op Hem vertrouwt). We hebben vrede met God, zijn Abrahams nageslacht en erfnamen.

Wij dan, gerechtvaardigd op grond van geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus, (Romeinen 5:1)

En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen. (Galaten 3:29)

Dit gaat zelfs nog verder. God beloofde Abraham nageslacht, talrijk als het zand der zee en de sterren des hemels. Het zand der zee staat voor het aardse nageslacht van Abraham – Israël. De sterren des hemels ziet op het hemels nageslacht: de Gemeente. Maar er is iets bijzonders aan de hand. We zijn namelijk bij het bespreken van deze dingen geneigd eerst het zand der zee te noemen en daarna de sterren des hemels. Nietwaar? Eerst zou Israël komen, en daarna de Gemeente. Maar nee, zo zit het niet. Lees maar wat God zegt nadat Abraham door God werd weerhouden Izaäk te offeren.

16 Ik zweer bij Mijzelf, luidt het woord des Heren: omdat gij dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt,

17 Zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen.

18 En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt. (Genesis 22:16-18)

God noemt het geestelijk zaad eerst, daarna het vleselijke. Hoe nauwkeurig is de Schrift! Als het om aardse zegeningen gaat spreekt de Bijbel over ‘van de grondlegging van de wereld af’. (Mattheus 25:34). Gaat het om hemelse zegeningen, dan lezen we over ‘voor de grondlegging der wereld’ (Efeze 1:4). Dus het hemelse komt voor het aardse. God belooft Abraham eerst het hemelse nageslacht, en daarna het aardse. Volkomen in overeenstemming met de rest van de Schrift!

Isaacs redding

In onze samenkomsten wordt regelmatig Genesis 22 gelezen. De gang van Abraham en Isaac naar de top van de berg, het klaarmaken van de offerande en het moment dat Abraham toont werkelijk bereid te zijn Izaäk te offeren, zijn een prachtige illustratie van Christus’ gang naar en kruisdood op Golgotha. Maar waar Abraham het hemelse ‘STOP’ hoorde, heeft Christus geen bevrijding op het nippertje gekend, en is daadwerkelijk als het Lam Gods voor de zonden van de mensheid gestorven.

Maar ook het hemelse ‘STOP’ dat tot Isaacs redding leidde is een beeld. We mogen er de opstanding van de Here Jezus in zien. We lezen het in Hebreeën 11.

17 Door het geloof heeft Abraham, toen hij beproefd werd, Izaäk geofferd, en hij die de beloften aangenomen had, offerde zijn eniggeborene,

18 van wie gesproken was: ’In Izaäk zal uw nageslacht genoemd worden’. Hij heeft overwogen, dat God machtig was hem zelfs uit de doden op te wekken,

19 waaruit hij hem ook bij gelijkenis terug gekregen heeft. (Hebreeën 11:17-19)

Het staat er dus letterlijk: het hemelse ‘STOP’ waardoor Izaäk werd gered is een gelijkenis, een beeld van Christus’ opwekking uit de doden.

Geen wet meer

Paulus betoogt in de brief aan de Galaten uitvoerig dat de gelovige niet onder de wet staat, en zich ook niet onder de wet moet plaatsen. Hoe je het ook wendt of keert, elke vorm van wetticisme is een opening naar eigen verdienste, en een zich afkeren van de genade. Het is zelfs zo dat als er een wet zou kunnen bestaan die wel de mogelijkheid in zich droeg het leven te verdienen, die er dan ook echt zou zijn. Maar die bestaat niet, omdat het onmogelijk is in eigen kracht eeuwig leven te verdienen.

als er een wet gegeven was die levend kon maken, dan zou de gerechtigheid inderdaad op grond van de wet zijn. (Galaten 3:21)

We moeten het dan ook niet willen proberen. Elke poging maakt God tot leugenaar. God zegt dat het niet kan, de mens zegt dat ‘we dat dan wel eens even zullen zien’. Zo’n poging kan ons fataal worden. Doe het dus niet.

U bent van elke zegen in Christus beroofd, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; u bent van de genade vervallen. (Galaten 5:4)

Alleen de Heilige Geest kan in ons een zondeloos leven tot stand brengen. De vrucht van de Geest doet ons als het ware de wet houden.

22 Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

23 Tegen zulke dingen is geen wet. (Galaten 5:22)

Maar ook zonder de wet er bij te betrekken, kunnen we onszelf tot wet worden, we worden immers zo gemakkelijk wettisch. Wat dan? We moeten de Heilige Geest de ruimte geven Zijn werk in ons te doen. Die ruimte ontstaat als we ‘in Christus blijven’.

1 Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman.

2 Elke rank in Mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.

3 U bent al rein om het woord dat Ik tot u heb gesproken. Blijft in Mij, en Ik in u.

4 Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.

5 Ik ben de wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u helemaal niets doen. (Johannes 15:1-5)

Hoe doen we dat, ‘in Hem blijven’? Heel praktisch: door een levende verbinding met Hem te onderhouden. Bijbellezen, bidden en indien nodig zonden belijden, vergeving vragen en ontvangen opdat de verbinding niet verbroken wordt.

Maar wat heeft dit te maken met ons onderwerp, Jezus Christus – De Zoon van Abraham? Alles. We zien hoe God de weg van het heil heeft laten beginnen bij Abraham, de vader der gelovigen. Alles wat hem beloofd werd, is voor ons in Christus werkelijkheid geworden.

21 (Abraham was) ten volle verzekerd, dat wat Hij beloofd heeft, Hij ook machtig is te doen.

22 Daarom is het hem ook tot gerechtigheid gerekend.

23 Het is echter niet alleen ter wille van hem geschreven dat het hem werd toegerekend,

24 maar ook ter wille van ons, wie het zal worden toegerekend, ons die geloven in Hem die Jezus onze Heer uit de doden heeft opgewekt,

25 die overgegeven is om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging. (Romeinen 4:21-25)