NAR: THE NEW APOSTOLIC REFORMATION

Deze beweging stelt zich tot doel een ‘vijfde huis’ binnen het christendom te vestigen. Volgens de New Apostolic Reformation zijn er nu vier: het rooms-katholicisme (1a), het protestantisme (2), de oriëntaals-orthodoxe kerken (3), de oosters-orthodoxe kerken (4) en de oosters-katholieke kerken (1b), die een unie vormen met Rome. NAR maakt zich sterk voor een nieuwe christelijke eenheid. De kerkgrenzen moeten vervangen worden door oecumenische stadskerken onder leiding van apostelen en profeten.

De New Apostolic Reformation valt in grote lijnen samen met de charismatische beweging. Belangrijke grondslag is de overtuiging dat elke gelovige voortdurend onder directe leiding van de Heilige Geest staat. Dat betekent rechtstreekse openbaringen van Christus aan elke gelovige, profetie en het doen van (genezings)wonderen. Centrale figuur in het ontstaan van de beweging is de Amerikaan C. Peter Wagner. Hij pleit voor een vijfvoudig ambt, gebaseerd op Efeze 4.

En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars (Efeze 4:11)

Deze apostelen en profeten zullen buitenbijbelse (!) openbaringen van God krijgen alsook de macht om grote tekenen te verrichten. In feite is de New Apostolic Reformation dus een beweging die beweert dat God de ‘verloren’ ambten van kerkbestuur herstelt, namelijk de ambten van profeet en apostel.

Men stelt dat alleen deze profeten en apostelen de macht en het gezag hebben om Gods plannen en doeleinden op aarde uit te voeren. Ze zullen de basis leggen voor een wereldwijde kerk, geregeerd door deze profeten en apostelen.

Men legt grote nadruk op dromen, visioenen en buitenbijbelse openbaringen. In feite kennen ze deze ‘manifestaties’ groter gezag toe dan de Bijbel, want, zo zegt men, God is nog steeds bezig de Bijbel te schrijven. Men ontwijkt Bijbelse toetsing door te beweren dat de aldus aan hun geopenbaarde leringen en gemelde ervaringen (bijvoorbeeld reizen naar de hemel, persoonlijke gesprekken met Jezus, bezoeken door engelen) niet kunnen worden beoordeeld door de ‘oude’ Schrift.

Apostelen in onze tijd? Hoezo?

We hebben niets van doen met mensen die de onfeilbaarheid van Gods Woord ontkennen. Ook al roept men duizendmaal een openbaring te hebben ontvangen, als de inhoud daarvan strijdig is met de Bijbel, geloven we het niet. Gods Woord is voltooid, Gods Woord is onfeilbaar, Gods Woord kan niet vervallen zijn. Zie eventueel mijn artikel over dit onderwerp.

Daarom nu in dit stuk een toetsing van de claim van de NAR, dat God nieuwe apostelen stuurt, om de hedendaagse gemeente van een nieuw fundament te voorzien.

Tijdens Zijn rondwandeling op aarde werd de Here Jezus door grote groepen mensen gevolgd. Zelf koos Hij Zich een groep van twaalf mannen, die alle eeuwen door bekend zouden staan als ‘de twaalf discipelen’. Na de hemelvaart van de Here Jezus zouden deze mannen hun dienst als apostelen vervullen. Niettemin werden ze ook al tijdens de aardse bediening van de Here Jezus als ‘de twaalf apostelen’ aangeduid. Discipel (mathe’tes) betekent leerling, apostel (a’postolos) uitgezonden zijn. Dat verschil zien we duidelijk in de volgende passages.

1 En Hij riep zijn twaalf discipelen bij Zich en gaf hun macht over onreine geesten om ze uit te drijven en elke ziekte en elke kwaal te genezen.

2 De namen nu van de twaalf apostelen zijn deze: (Mattheus 10:1-2)

En toen het dag was geworden, riep Hij zijn discipelen bij Zich en koos er twaalf van hen uit, die Hij ook apostelen noemde: (Lukas 6:13)

1 Hij nu riep de twaalf samen en gaf hun kracht en macht over alle demonen en om ziekten te genezen.

10 En toen de apostelen waren teruggekeerd, vertelden zij Hem alles wat zij hadden gedaan. (Lukas 9:1, 10)

Al tijdens Zijn aardse bediening maakte de Here Jezus duidelijk dat de roeping van de apostelen verder reikt dan alleen hun leven ten tijde van hun Heer.

Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon van zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israel te oordelen. (Mattheus 19:28)

opdat u eet en drinkt aan mijn tafel in mijn koninkrijk en op tronen zit om de twaalf stammen van Israel te oordelen. (Lukas 22:30)

De Zoon des Mensen komt in heerlijkheid. Dan zullen de twaalf Zijn troon delen. Twaalf tronen, twaalf apostelen, twaalf stammen. Het getal 12 wijst in de Bijbel op uitverkiezing tot een bediening met goddelijk gezag. Er zijn 12 stammen, 12 apostelen, 12 fundamenten en 12 poorten van het hemelse Jeruzalem, 12 x 12.000 eerstelingen voor God en voor het Lam.

Het gaat dus om het getal twaalf

Mattias of Paulus?

Er bestaat verschil van mening over de vraag of Mattias de 12de apostel is, of Paulus. Ik kan daar kort over zijn. Judas was weggevallen. Niet omdat hij niet langer leefde, maar omdat hij was afgevallen.

Judas, die gids geweest is voor hen die Jezus gevangennamen; (Handelingen 1:16)

Dus moest iemand anders zijn plaats innemen. Handelingen 1:15-26 vertelt hoe Mattias de nieuwe nummer 12 werd. Iedereen was het er over eens dat het Mattias moest zijn.

En zij wierpen hun loten en het lot viel op Matthias; en hij werd met instemming van allen aan de elf apostelen toegevoegd. (Handelingen 1:26)

Dat het met instemming van allen was, is mooi, maar niet doorslaggevend. Mensen vergissen zich maar al te vaak. Gelukkig lezen we ook dat de Heilige Geest Zelf deze keuze bevestigt. Als Petrus zijn beroemde toespraak houdt, wordt hij daarbij geflankeerd door ‘de elf andere apostelen’, Mattias incluis dus. Het kan Paulus niet zijn, want die was nog niet op het toneel verschenen.

Maar Petrus, die daar met de elf andere apostelen stond, verhief zijn stem en sprak tot hen: Joodse mannen en u allen die in Jeruzalem woont, dit moet u bekend zijn en laat mijn woorden tot uw oren doordringen (Handelingen 2:14)

Enkele hoofdstukken later doen zich organisatorische problemen voor in de jonge, snel groeiende gemeente. Het zijn de twaalf (!) apostelen die het initiatief nemen zeven diakenen aan te stellen. Twaalf, elf plus een, die ongetwijfeld Mattias was.

En de twaalf riepen de menigte van de discipelen bij zich en zeiden: Het is niet behoorlijk dat wij nalaten het Woord van God te verkondigen om de tafels te dienen. (Handelingen 6:2)

In zijn eerste brief aan Korinte legt Paulus de nadruk op het belang van geloof in de opstanding. Die heeft daadwerkelijk plaatsgevonden. Om zijn betoog kracht bij te zetten beschrijft hij hoe de Here Jezus aan veel gelovigen gelijktijdig is verschenen. Goed lezen laat daarbij zien, dat hij zichzelf niet tot de twaalven rekent.

3 Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften,

4 en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,

5 en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf.

8 En als laatste van allen is Hij ook aan mij verschenen, als aan de ontijdig geborene.

9 Ik immers ben de minste van de apostelen – ik die het niet waard ben een apostel genoemd te worden, omdat ik de gemeente van God vervolgd heb. (1 Korinte 15:3-5, 7-9)

Het nieuwe Jeruzalem

Aan het slot van het boek Openbaring wordt ons een blik gegund op het nieuwe Jeruzalem. In de beschrijving van fundamenten, muur en poorten komen we het getal twaalf en de apostelen opnieuw tegen.

Zij had een grote en hoge muur, zij had twaalf poorten en aan de poorten twaalf engelen en daarop namen geschreven, welke de namen van de twaalf stammen van de zonen van Israel zijn. (Handelingen 21:12)

En de muur van de stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam. (Handelingen 21:14)

Op de poorten staan de namen geschreven van de twaalf zonen van Israel (Jakob). We kennen de namen van deze twaalf. Ze vormen gezamenlijk de stamvaders van het volk Israël. Let op de formulering. Het gaat om ‘de namen van de twaalf stammen van de zonen van Israel’. Op de fundamenten staan ook namen. Johannes gebruikt in zijn beschrijving nagenoeg dezelfde formulering. Op de fundamenten staan ‘de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam’. Als er zou staan ‘twaalf fundamenten en daarop namen van de twaalf …’ zou je nog kunnen denken dat het weliswaar twaalf zijn, maar om welke namen het gaat nog onduidelijk is. Nu gaat die vlieger niet op. De namen wil zeggen dat vaststaat om welke personen het gaat. Er zijn derhalve twaalf apostelen, niet meer, niet minder.

Bedriegers

Behalve Paulus en Barnabas is er in het Nieuwe Testament bij mijn weten niemand die apostel wordt genoemd buiten de twaalven om.

Wel vinden we opvallend genoeg opmerkingen over mannen die zichzelf tot apostel verhieven. Paulus noemt ze in de tweede brief aan Korinte. Hij schrijft over de strijd die hij heeft om aan te tonen dat hij wel apostel is. In Korinte twijfelde men daar openlijk aan. Men kende apostelen bepaalde rechten toe, zoals het aannemen van een geldelijke vergoeding van de gemeenten waar men arbeidde. Paulus deed dat zeer nadrukkelijk niet. En dus kon hij geen apostel zijn, want hij beantwoordde niet aan dit (zelfverzonnen) criterium. Terecht wijst hij deze kritiek af, en attendeert op de vruchten van zijn werk – talrijke nieuwe gemeenten. Vervolgens heeft hij het op een licht spottende manier over zich apostel noemende lieden.

Ik acht toch volstrekt niet te hebben ondergedaan voor die onvergelijkelijke apostelen. (NBG) (2 Korinte 11:5)

Onvergelijkelijk wil zeggen apostelen die zo goed zijn dat ze nergens mee te vergelijken zijn. En na deze spot noemt hij onomwonden man en paard:

(…) zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. (2 Korine 11:13)

Niet alleen Paulus stelt deze bedriegers aan de kaak. De gelovigen te Efeze deden dat ook – en met resultaat. De Here Jezus schrijft zeven brieven aan zeven gemeenten. Elk van deze gemeenten wordt beoordeeld. Nota bene het eerste compliment in deze reeks brieven betreft de ontmaskering van bedriegers.

Ik weet uw werken en uw arbeid en uw volharding en dat u de bozen niet kunt verdragen; en u hebt op de proef gesteld hen die zeggen dat zij apostelen zijn en het niet zijn, en hebt hen leugenaars bevonden; (Openbaring 2:2)

Zoals bekend was Johannes op zeer hoge leeftijd (rond de 90) toen hij Openbaring schreef. Het kan best eens zo zijn dat hij op dat moment de laatstlevende van de twaalven was. Als zich dan nieuwe apostelen melden, moet er wel een rood lampje gaan branden. De Efeziërs hebben de bekende criteria toegepast. Gevolg: deze schijnapostelen vielen door de mand. De Here Jezus prijst de Efeziërs vanwege hun oplettendheid.

Moderne apostelen

Ook in onze tijd zijn er mannen die zichzelf apostel noemen. Ze matigen zich groot gezag aan en voeren de christenheid op een verkeerd spoor. Laten we de criteria nog eens nalopen. Worden ze gekenmerkt door volharding? Mogelijk. Worden door deze mensen tekenen, wonderen en krachten verricht? Men claimt van wel. Hebben ze de opgestane Heer gezien? Je zou zeggen van niet, maar men vertelt van ontmoetingen met de Here Jezus tijdens korte verblijven in de hemel. Zijn ze persoonlijk door de Here geroepen en uitgezonden? Opnieuw: men claimt van wel. En toch schuurt het. Wat de tekenen, wonderen en krachten betreft, de Here Jezus maakt korte metten met dergelijke aanspraken.

21 Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemelen is.

22 Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet door uw naam geprofeteerd en door uw naam demonen uitgedreven en door uw naam vele krachten gedaan?

23 En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid! (Mattheus 7:21-23)

Hebben ze de opgestane Heer gezien? Ook hier gelden waarschuwingen die niets aan duidelijkheid te wensen overlaten. Ja, ze hebben mogelijk echt een ontmoeting gehad, maar met wie? Was het met de Here Jezus Zelf? Of hebben ze te maken gehad met duivels bedrog?

(…) de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. (2 Korinte 11:14)

Of ze persoonlijk door de Here Jezus zijn geroepen en uitgezonden, valt in dezelfde categorie. Bedrog ligt op de loer.

Hierboven hebben we gezien dat dé taak van de apostelen is geweest het leggen van het fundament onder het Huis van God, de Gemeente. Petrus beleed: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’ De Here Jezus profeteert dat op die belijdenis de gemeente zal worden gebouwd, iets wat de apostelen dan ook hebben gedaan.

En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen. (Mattheus 16:18)

10 Naar de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt erop. Maar laat ieder uitkijken hoe hij erop bouwt.

11 Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er ligt, dat is Jezus Christus. (1 Korinte 3:10-11)

(…) er een eer in heb gesteld het evangelie te verkondigen daar waar Christus nog niet genoemd was, opdat ik niet op andermans fundament zou bouwen (Romeinen 15:20)

Fundamenteel werk dus. We zijn inmiddels 2000 jaar verder. Het fundament ligt er. In zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft Paulus over dit fundament en het huis dat wordt gebouwd. Het fundament is Jezus Christus, het huis is het Huis van God.

19 Evenwel, het vaste fundament van God staat en heeft dit zegel: De Heer kent hen die de zijnen zijn; en: Laat ieder die de naam van de Heer noemt, zich onttrekken aan ongerechtigheid.

20 In een groot huis nu zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden; en sommigen wel tot eer, maar anderen tot oneer. (2 Timotheüs 2:19-20)

Het is een groot huis, en in dat grote huis kunnen zich ongewenste personen bevinden. Deze personen kunnen ondeugdelijk materiaal gebruiken bij de bouw. Zij brengen het Huis van God schade toe. Hoe dit ook zij, het beeld is duidelijk. Het fundament ligt er, en de bouw van het huis is inmiddels in uitvoering.

Maar dan. Twintig eeuwen na het leggen van de fundering verschijnen ineens bouwlieden die zich ‘apostel’ noemen, wiens taak het dus is het fundament te leggen. Ze beginnen bij wijze van spreken opnieuw met het fundament. Maar aangezien het fundament al klaar is, en een groot deel van het huis ook, kunnen ze niets anders dan het fundament op het dak leggen. Dat heeft geen zin, en bovendien is het werk van de apostelen al eeuwenlang voltooid. Niemand kan een ander fundament leggen dan wat er ligt, dat is Jezus Christus, schrijft Paulus.

Slot

Deze Paulus schreef de volgende zeer behartigenswaardige woorden.

Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij iets is, en het niet is, dan vergist hij zich zeer. (Galaten 6:3)

Zo is het ook met de hedendaagse apostelen. Ze vergissen zich zeer.