Een van de meest bekende (of beruchte, zo men wil) verschijnselen binnen massabijeenkomsten van de charismatische beweging is het zogenaamde ‘vallen in de Geest’ (ook wel ‘slain in the Spirit’ (neergeslagen in de Geest) of ‘resting in the Spirit’ (rusten in de Geest) genoemd). Mensen ervaren een sterke aanwezigheid van Gods kracht en heerlijkheid en vallen ten gevolge van deze aanwezigheid op de grond. Vaak ligt men dan een tijd bewegingloos. Maar ook andere lichamelijke reacties worden waargenomen – stuiptrekken bijvoorbeeld. Vallen in de Geest doet zich vaak voor tijdens handoplegging. Andere handelingen zijn ook bekend, zoals voorgangers die een zwaaiende of slaande beweging in de richting van het publiek maken, waarna vele aanwezigen gelijktijdig onderuit gaan (Benny Hinn en Rodney Howard-Brown zijn in dit verband bekende namen). Meestal valt men naar achteren. Soms valt men naar voren of opzij, of zakt men door de knieën. Wie onbekend is met dit fenomeen is en het voor het eerst keer ziet, schrikt, en dat is heel begrijpelijk.

Toch oordelen veel mensen die het aan den lijve hebben ondervonden, naderhand positief. Sommigen getuigen van bijzondere geestelijke ervaringen, zoals het gewaarworden van Gods aanwezigheid, Zijn rust en vrede. Anderen vertellen openbaringen te hebben ontvangen, of spreken over genezing en bevrijding. Dergelijke getuigenissen maakt het moeilijk een simpel oordeel te geven. Als het zulke zegenrijke gevolgen heeft, moeten we dan niet gewoon accepteren dat dit soort gebeurtenissen ‘er ook bij horen’?

Ik vrees van niet. Het is natuurlijk heel wel mogelijk dat er positieve gevolgen zijn voor wie ‘viel in de Geest’. Maar wat bewijst dat? Ik verwijs opnieuw naar woorden van de Here Jezus die ik in het vorige artikel ook al aanhaalde.

21 Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemelen is.

22 Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet door uw naam geprofeteerd en door uw naam demonen uitgedreven en door uw naam vele krachten gedaan?

23 En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid! (Telos)(Mattheus 7:21-23)

De Here ontkent niet dat deze mensen hebben geprofeteerd, demonen hebben uitgedreven (!) en krachten hebben gedaan. Maar blijkbaar zijn deze verrichtingen niet doorslaggevend. Ik roep ook het fenomeen Jomanda in herinnering. Tijdens haar optredens zagen we dezelfde dingen gebeuren: mensen raakten, alleen al bij het zien van deze vrouw, in vervoering, zwaaiden met armen of benen, gaven kreten of vielen om. En daarmee zijn weer terug bij het begin. Kunnen we er vanuit de Schrift iets over zeggen? Ja, dat kan.

Die ene tekst

Voorstanders van het ‘vallen in de Geest’ stellen dat het op verschillende plaatsen in de Bijbel is terug te vinden. Dé ‘populaire’ passage in dit verband vinden we in 1 Koningen en 2 Kronieken. Het gebeurde tijdens de inwijding van de tempel van Salomo.

13 Toen zij tezamen trompetten en eenstemmig een lied lieten horen, om de Here te loven en te prijzen, en de stem verhieven bij trompetten, cimbalen en andere muziekinstrumenten, en de Here aldus prezen: Want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid, toen werd het huis, het huis des Heren, vervuld met een wolk,

14 Zodat de priesters vanwege de wolk niet konden blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid des Heren had het huis Gods vervuld. (2 Kronieken 5:13-14)

In vers 14 lezen we dat de priesters niet konden blijven staan om dienst te doen, vanwege de aanwezigheid van de heerlijkheid des Heren. De vraag is nu of het ‘niet konden blijven staan’ hetzelfde is als ‘neervallen’. Dat lijkt in de eerste plaats een kwestie van interpretatie te zijn, want er zijn verschillende vertalingen voorhanden. Deze vertalingen bieden echter geen eenduidig beeld.

– En de priesters konden, vanwege die wolk, niet staan, om te dienen; (Statenvertaling)

– So that the priests could not stand to minister by reason of the cloud: (King James Version)

– door die wolk konden de priesters niet ter plaatse blijven voor het verrichten van hun dienstwerk (Willibrord Vertaling)

– hun diensten niet voortzetten (Groot Nieuws Bijbel)

– De priesters konden hun dienst niet meer verrichten, want de majesteit van God vulde de hele tempel. (Nieuwe Bijbel Vertaling)

Een belangrijk principe bij het uitleggen van de Bijbel is het zogenaamde ‘schrift-met-schrift vergelijken’. Zo vinden we in het boek Exodus een gebeurtenis die sterk doet denken aan wat we in 1 Kronieken lazen, en ook in Openbaringen komt iets vergelijkbaars voor.

34 En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel,

35 Zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel. (Exodus 40:34-35)

En de tempel werd vervuld met rook vanwege de heerlijkheid Gods en vanwege zijn kracht; en niemand kon de tempel binnengaan (…) (Openbaring 15:8)

Het is de wolk die maakt dat men de tabernakel, de tempel of de hemelse tempel niet kan binnengaan. Hieruit kun je opmaken dat de priesters zich genoodzaakt zagen de tempel te verlaten, met als gevolg dat ze hun taken niet meer konden uitvoeren.

En dan is er nog een punt dat aandacht verdient. Men stelt dus dat ‘het vallen in de Geest’ ook in het Oude Testament gevonden wordt. In het licht van woorden van de apostel Johannes mag men zich afvragen of we dat zo kunnen zeggen. De Here Jezus sprak in Jeruzalem over de Heilige Geest, vertelt Johannes. Maar, zegt hij, Die was er nog niet, want de Here Jezus was nog niet verheerlijkt.

38 Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.

39 Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was (Johannes 7:38-39).

Hoe kan er sprake zijn van ‘vallen in de Geest’, als de Geest nog niet is uitgestort? Is hier de vader de wens van de gedachte? Voor we een aantal voorbeelden zullen bekijken markeren we van beide categorieën een aantal eigenschappen.

Bij de manifestaties in onze tijd springt het volgende in het oog.

  1. Het gebeurt altijd bij gelegenheden waar veel mensen aanwezig zijn.
  2. Er nooit sprake van een rechtstreekse confrontatie met de heerlijkheid van God.
  3. Er is altijd een voorganger, evangelist of profeet die de confrontatie in gang zet – soms wordt er zelfs geduwd.
  4. In veel gevallen blijven mensen lang liggen, tot wel een half uur toe.

Bij de Bijbelse gebeurtenissen vallen ook een aantal zaken op.

  1. Het gebeurt soms bij gelegenheden waarbij veel mensen aanwezig zijn, maar vaker gaat het om slechts een persoon.
  2. Het gaat nooit om het belang van de enkele persoon.
  3. De confrontatie is altijd direct, er zijn geen menselijke ’tussenpersonen’.
  4. Betrokkenen worden meteen weer op de been geholpen.

Van alle voorbeelden heb ik de complete Bijbeltekst opgenomen. Ik had kunnen volstaan met het benoemen van de tekstplaatsen, maar dat doe ik liever niet. De praktijk leert dat men meestal wel het begeleidende commentaar leest, maar veel minder dikwijls de moeite neemt de Bijbel te openen en de teksten zelf te lezen. Dat is erg jammer. Wie wel artikelen of boeken leest, maar de Bijbel gesloten houdt, neemt genoegen met voorgekauwd voedsel. Dat is veel minder voedzaam, en erg smakelijk zal het ook niet zijn. Laten we nu een aantal voorbeelden onder de loep nemen.

ABRAM

1 Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk;

2 Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.

3 Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: (Genesis 17:1-3)

MOZES

5 Daarop zeide Hij: Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond.

6 Voorts zeide Hij: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. Toen verborg Mozes zijn gelaat, want hij vreesde God te aanschouwen. (Exodus 3:5)

JOZUA

14 Doch hij antwoordde: Neen, maar ik ben de vorst van het heer des Heren. Nu ben ik gekomen. Toen wierp Jozua zich op zijn aangezicht ter aarde, boog zich neer en zeide tot hem: Wat heeft mijn heer tot zijn knecht te zeggen?

15 En de vorst van het heer des Heren zeide tot Jozua: Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed dit. (Jozua 5:14,15)

MOZES en AARON

4 Daarbij een rund en een ram ten vredeoffer om ze voor het aangezicht des Heren te offeren, benevens een spijsoffer, met olie aangemaakt, want heden zal u de Here verschijnen.

23 Mozes nu en Aaron gingen in de tent der samenkomst, en toen zij er weer uitkwamen, zegenden zij het volk, en de heerlijkheid des Heren verscheen aan het gehele volk.

24 En er ging vuur uit van de Here en dit verteerde op het altaar het brandoffer en de vetstukken; toen het volk dat zag, juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht. (Leviticus 9:4, 23,24)

BILEAM

Toen opende de Here de ogen van Bileam; hij zag de Engel des Heren met getrokken zwaard in de hand op de weg staan en hij knielde neer en wierp zich op zijn aangezicht. (Numeri 22:31)

OUDERS van SIMSON

Terwijl de vlam van het altaar omhoog steeg naar de hemel, voer de Engel des Heren op in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dit zagen, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde. (Richteren 13:20)

ELIA op de KARMEL

21 Toen naderde Elia tot het gehele volk en zeide: Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de Here God is, volgt Hem na; maar indien het de Baal is, volgt hem na. Doch het volk antwoordde hem niets.

39 Toen het gehele volk dat zag, wierpen zij zich op hun aangezicht en zeiden: De Here, die is God! De Here, die is God! (1 Koningen 18:21,39)

DAVID

Toen sloeg David zijn ogen op en zag de engel des Heren staan tussen hemel en aarde, met in zijn hand het getrokken zwaard, uitgestrekt over Jeruzalem; en David en de oudsten, in rouwgewaad gehuld, wierpen zich op hun aangezicht. (1 Kronieken 21:16)

EZECHIEL

Zoals de aanblik is van de boog, die in de regentijd in de wolken verschijnt, zo was de aanblik van die omhullende glans. Aldus was het voorkomen der verschijning van de heerlijkheid des Heren. Toen ik haar (de heerlijkheid des Heren) zag, viel ik op mijn aangezicht, en ik hoorde de stem van Een, die sprak. (Ezechiël 1:28)

EZECHIEL

1 Hij zeide tot mij: Mensenkind, sta op uw voeten, opdat Ik met u spreke.

2 Zodra Hij tot mij sprak, kwam de geest in mij en deed mij op mijn voeten staan en ik hoorde Hem, die tot mij sprak. (Ezechiel 2:1-2)

EZECHIEL

23 Toen stond ik op en ging naar het dal; en zie, daar stond de heerlijkheid des Heren gelijk aan de heerlijkheid die ik aan de rivier de Kebar gezien had; en ik viel op mijn aangezicht.

24 Maar de geest kwam in mij en deed mij op mijn voeten staan, en Hij sprak mij aan en zeide tot mij: Ga naar binnen, sluit u op in uw huis. (Ezechiël 3:23-24)

EZECHIEL

4 Daarop bracht hij mij naar de Noordpoort, naar de voorkant van het huis; ik zag, zie, de heerlijkheid des Heren vervulde het huis des Heren; en ik viel op mijn aangezicht.

5 Toen zeide de Here tot mij: Mensenkind, let aandachtig op, zie met uw ogen en hoor met uw oren alles wat Ik tot u spreek aangaande al de inzettingen en wetten van het huis des Heren; let aandachtig op het betreden van het huis door al de toegangen van het heiligdom, (Ezechiël 44:4-5)

DANIEL

15 Toen ik, Daniel, het gezicht zag en het trachtte te verstaan, zie, daar stond iemand voor mij, die er uitzag als een man,

16 En ik hoorde een menselijke stem over de Ulai, welke zeide: Gabriel, doe deze het gezicht verstaan.

17 En hij kwam tot waar ik stond, en toen hij kwam, schrikte ik en wierp mij op mijn aangezicht, maar hij zeide tot mij: Versta, mensenkind, dat het gezicht doelt op de tijd van het einde.

18 Toen hij nu met mij sprak, viel ik bezwijmd op mijn aangezicht ter aarde; hij echter raakte mij aan en deed mij overeind staan, (Daniel 8:15-18)

DANIEL

4 Op de vierentwintigste dag nu van de eerste maand, terwijl ik mij aan de oever van de grote rivier, dat is de Tigris, bevond,

5 Sloeg ik mijn ogen op en zie, daar zag ik een man in linnen klederen gekleed en de lendenen omgord met goud van Ufaz;

6 Zijn lichaam was als turkoois, zijn gelaat schitterde gelijk de bliksem, zijn ogen waren als vurige fakkels, zijn armen en voeten glanzend van gepolijst koper, en het geluid van zijn woorden als het gedruis van een menigte.

7 Alleen ik, Daniel, zag dat gezicht, maar de mannen die bij mij waren, zagen het niet; doch een grote schrik overviel hen, zodat zij vluchtten en zich verborgen;

8 Zo bleef ik alleen over. Toen ik dat grote gezicht zag, bleef er in mij geen kracht meer; alle kleur week van mijn gelaat, en ik had geen kracht meer over.

9 Toen hoorde ik het geluid zijner woorden, en toen ik het geluid zijner woorden hoorde, viel ik bezwijmd op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde.

10 En zie, een hand raakte mij aan en deed mij op knieën en handen sidderend oprijzen. (Daniel 10:2-10)

MATTHEUS

5 Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!

6 Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en werden zeer bevreesd.

7 En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zeide: Staat op en weest niet bevreesd. (Mattheus 17:5-7)

PAULUS

6 Maar het gebeurde mij, toen ik op mijn reis dicht bij Damascus gekomen was, dat plotseling omstreeks de middag uit de hemel een fel licht mij omstraalde,

7 en ik viel op de grond en hoorde een stem tot mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?

8 En ik antwoordde: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide tot mij: Ik ben Jezus, de Nazoreeër, die gij vervolgt.

9 En zij, die met mij waren, zagen wel het licht, maar de stem van Hem, die tot mij sprak, hoorden zij niet.

10 En ik zeide: Here, wat moet ik doen? En de Here zeide tot mij: Sta op en reis naar Damascus, en daar zal u gezegd worden al hetgeen u opgelegd is om te doen. (Handelingen 22:6)

JOHANNES

En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, (Openbaring 1:17)

JOHANNES

En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen. (Openbaring 5:8)

JOHANNES

En de vier dieren zeiden: Amen. En de oudsten wierpen zich neder en aanbaden. (Openbaring 5:14)

JOHANNES

En al de engelen stonden rondom de troon en de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en aanbaden God, (Openbaring 7:11)

JOHANNES

En de vierentwintig oudsten, die voor God op hun tronen gezeten waren, wierpen zich op hun aangezicht en aanbaden God, (Openbaring 11:16)

JOHANNES

En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neder en aanbaden God, die op de troon gezeten is, en zij zeiden: Amen, halleluja! (Openbaring 19:4)

JOHANNES

En ik wierp mij neder voor zijn voeten om hem te aanbidden, maar hij zeide tot mij: Doe dit niet! Ik ben een mededienstknecht van u en uw broederen, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie. (Openbaring 19:10)

JOHANNES

8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze gehoord en gezien had, wierp ik mij neder voor de voeten van de engel, die ze mij toonde, om te aanbidden.

9 Maar hij zeide tot mij: Doe dat niet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broederen, de profeten, en van hen, die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God! (Openbaring 22:8)

Conclusies

– Mensen vallen inderdaad ter aarde.

– Het gaat om een verbijsterde reactie op de confrontatie met de heerlijkheid van God.

– De uitdrukking ‘vallen in de geest’ wordt nooit gebruikt.

– Er is voortdurend sprake van een ‘zich werpen op zijn aangezicht’.

– Soms spreekt de tekst over een ‘verbergen van zijn aangezicht’.

– Hoewel de betrokkenen hevig ontdaan zijn, worden zij aangemoedigd meteen weer te gaan staan, in een enkel geval worden ze daarbij geholpen.

– Bij Ezechiël wordt tweemaal vermeld dat hij door de Geest (!) kracht kreeg om te gaan staan!!! (in plaats van dat de Geest hem ter aarde wierp!).

– Daniel en Johannes vallen ter aarde bij de aanblik van een engel. Dit geeft te denken. Paulus schrijft dat de duivel zich kan voordoen als een engel des lichts – ook zijn verschijning kan dus een imponerend effect hebben. Opnieuw blijkt de gave van het ‘onderscheiden van geesten’ onmisbaar te zijn (zie ook vorig artikel).

Het beeld dat uit al deze wonderlijke gebeurtenissen naar voren komt, is duidelijk. ‘Vallen in de Geest’ – wat het ook moge zijn – komt niet voor in de Bijbel.

Epiloog

Wat is er toch gaande in grote delen van de christenheid? Het heeft er alle schijn van dat de ziekte van onze tijd – de bevrediging van de behoeften van het eigen ik – ook in de kerken is terechtgekomen. Bijbellezen, Bijbelstudie, stevige preken, het is allemaal zo saai. We willen meer, we willen wat anders. De wereld zoekt naar steeds sterkere prikkels, steeds choquerender happenings. En in meer en meer kerken zien we hetzelfde gebeuren. Eredienst, avondmaal, woorddiensten, ze worden vervangen door bijeenkomsten die op een religieus circus beginnen te lijken – op zoek naar beleving! ‘Vallen in de Geest’ is een vast programmaonderdeel in het religieuze spektakel van tegenwoordig. Helaas.

Er is maar een manier om God te leren kennen, en dat is via Gods Woord. Tegenwoordig zoeken we het elders, in religieuze shows. En dat alles om het eigen ‘ik’. Als ‘ik’ het in mijn kerk niet meer kan vinden, ga ‘ik’ wel ergens anders naar toe. Maar wat zoek je dan, als je het niet kunt vinden? En zoek je wel op de goede plaats? Luister naar God:

Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God. (Micha 6:8)

Hoe komen mensen tot geloof? Is dat in circusachtige massabijeenkomsten, of via een gesprek met iemand die net op het goede moment de juiste woorden spreekt. We verwachten spektakel van de Heilige Geest in uitpuilende theaters, maar beseffen niet dat het diezelfde Heilige Geest is die de simpele, eenvoudige woorden van de enkeling gebruikt om de ander te overtuigen van zonde, bekering, genade en verlossing.

De meeste christenen leven geen spectaculair leven. Ze worden geboren, wedergeboren, leven hun leven en ontslapen in de Heer. Niemand heeft hen opgemerkt. En ook niemand heeft gezien welke rol zij speelden in Gods Koninkrijk in voorbede en naastenliefde. Niemand?

Dan spreken zij die de Here vrezen, onder elkander, ieder tot zijn naaste: De Here bemerkte het toch en hoorde het en er werd een gedenkboek voor zijn aangezicht geschreven, ten goede van hen die de Here vrezen en zijn naam in ere houden. (Maleachi 3:16)

Het gaat niet om ‘ik’. Het gaat om ‘Hem’.