Enkele weetjes over de zon

De zon staat in het centrum van ons zonnestelsel. Het is niet te bevatten hoe groot dit hemellichaam is. De diameter van de zon is ongeveer 1 392 000 km (die van de aarde is 12750 km). De zon is zo groot, dat (als de zon hol zou zijn en de aarde precies in het middelpunt van de zon stond) de maan nog binnen de zon zijn rondjes zou draaien. Toch rekent de astronomie onze zon ‘maar’ tot de gele dwergen. De diameter van een ster als Betelgeuze is 1180 keer die van de zon!

De zon draait in 25,4 dagen om zijn eigen as. Aan de oppervlakte bedraagt de temperatuur van de zon 6000 °C, in het middelpunt maar liefst 15 miljoen °C!

De zon straalt licht en warmte uit – maar ook radio-, ultraviolet-, röntgen- en gammastralen. Onze zon heeft een atmosfeer. Die bestaat (van binnen naar buiten) uit de fotosfeer, de chromosfeer en de corona. Vrijwel al het licht dat we van de zon ontvangen komt uit de fotosfeer. De corona is normaalgesproken niet zichtbaar. Alleen bij een volledige zonsverduistering zien we de corona als een krans van licht.

De Bijbel spreekt over de zon als een hemellichaam

In de Bijbel zullen we bovenstaande gegevens niet aantreffen. Toch zijn er veel teksten te vinden die over de zon spreken als hemellichaam en de functie die de zon vervult.

In Deuteronomium 33 lezen we hoe Mozes vlak voor zijn sterven Israël stam voor stam gezegend heeft. Van Jozef zegt hij:

13 (…) Zijn land zij door de Here gezegend (…)

14 Met de kostelijkste gave, die de zon voortbrengt, (…)(Deuteronomium 33:13-14)

Hier wordt – zonder de ‘technische aspecten’ te benoemen – verwezen naar het proces van de fotosynthese. Vrijwel alle planten kunnen zelf voedsel maken. Uit licht (de zon), water en kooldioxide maakt de plant suikers. Hoewel er vormen van leven bekend zijn die kunnen overleven zonder zonlicht, is het toch zonneklaar (!) dat leven zoals wij dat kennen, op de aarde niet mogelijk is zonder het licht van de zon.

De psalmist roept de gelovigen op God te vrezen. Hoelang? – zolang de zon er is – altijd dus. Immers, vanuit menselijk standpunt bekeken lijkt het of zon en maan altijd blijven bestaan.

Men vreze u, zolang de zon er is, en zolang de maan er is, van geslacht tot geslacht. (Psalm 72:5)

Toch heeft de Bijbel ook weet van het einde van het bestaan van zon, maan en sterren.

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan (…).(Openbaring 21:1)

De psalmist wijst niettemin naar de ‘eeuwigheid’ van de zon, omdat er geen beter zichtbaar voorbeeld voorhanden is.

In Jeremia wordt over de grootheid van God gesproken door te herinneren aan de schepping van zon, maan en sterren. Waar de psalmist wijst op het ‘eeuwige’ van zon en maan, ziet Jeremia dat zelfs ‘eeuwig aanwezige’ fenomenen er ooit niet waren. Zelfs zon en maan werden door God geschapen!

Zo zegt de Here, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, (…)(Jeremia 31:35)

Paulus spreekt in 1 Korintiërs 15 over het opstandingslichaam. Veel voorbeelden passeren de revue. Ze dienen om aan te tonen dat de heerlijkheid die het toekomstige opstandingslichaam zal hebben niet eenvormig is. Zoals de glans van de zon en de maan en de sterren onderling verschilt, zo zal de heerlijkheid van het opstandingslichaam verschillende gradaties van heerlijkheid hebben.

De glans der zon is anders dan die der maan en der sterren, want de ene ster verschilt van de andere in glans. (1 Korintiërs 15:41)

Het vergelijk met zon, maan en sterren is veelbetekenend. In Openbaring lezen we dat zon en maan niet meer nodig zijn. Gods heerlijkheid ‘zorgt’ voor voldoende licht. Hieruit valt af te leiden dat de heerlijkheid die gelovigen in hun opstandingslichaam ontvangen zichtbaar zal zijn. Stralend!

En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. (Openbaring 21:23)

De Bijbel spreekt over de zon als metafoor

Een metafoor is een vergelijking. We gebruiken ook wel het woord beeldspraak of gelijkenis. De Bijbel staat vol met metaforen. Ook de zon wordt regelmatig als metafoor gebruikt.

Maleachi – de laatste profeet van het Oude Testament – kondigt de komst van de Dag des Heren aan. Overmoedigen en goddelozen hebben die dag te vrezen. Godvrezenden daarentegen kunnen vol vertrouwen de komst van Heer tegemoet zien. Zij zullen merken dat de Dag de Heren niet alleen oordeel brengt, maar ook Gods gerechtigheid. Die gerechtigheid zal duidelijk waarneembaar zijn, net zoals de zon voor iedereen zichtbaar is.

Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal. (Maleachi 4:2)

De uitdrukking ‘Zon der gerechtigheid’ wordt algemeen toegepast op de Here Jezus. Nog een metafoor: Hij is de blinkende morgenster, die zichtbaar wordt als de ‘dag’ aanbreekt.

En wij achten het profetische woord (daarom) des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, todat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. (2 Petrus 1:19)

Ik, Jezus, (…) ben de blinkende morgenster. (Openbaring 22:16)

De Bijbel spreekt over de zon als afgod

 In het Oude Testament wordt vaak over afgoderij gesproken. Ook hemellichamen werden vereerd als afgod. God waarschuwt – bij monde van Mozes – Israël die weg niet op te gaan.

En dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels, aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel (Deuteronomium 4:19)

Job vertelt dat de pracht van het firmament hem in verleiding kon brengen in de zon en de maan afgoden te zien. Hij heeft het niet gedaan, omdat hij weet dat God dit verbiedt.

26 Indien ik de zon heb aangezien, wanneer zij straalde, en de maan, die in pracht voortschreed,

27 Zodat mijn hart heimelijk verlokt werd, en mijn hand mijn mond heeft gekust,

28 Dan zou ook dat een ongerechtigheid zijn geweest, voor de rechter te boeten, want ik zou God daarboven hebben verloochend. (Job 31:26-27)

God laat Ezechiël zien we hoe erg het is gesteld met het volk Israël. De afgoderij is zelfs tot in de tempel doorgedrongen. In het Huis van God wordt de zon aangebeden!

Toen bracht Hij mij naar de binnenste voorhof van het huis des Heren. En zie, aan de ingang van de tempel des Heren, tussen de voorhal en het altaar waren ongeveer vijfentwintig mannen, met hun rug naar de tempel des Heren en met hun gezicht naar het oosten, en zij bogen zich in de richting van het oosten neer voor de zon. (Ezechiël 8:16)

Buiten Israël

Buiten Israël was de zon een van de meest aanbeden afgoden. De zonnegod van Egypte heette Ra. Hij werd afgebeeld als een man met de kop van een havik of als een zonneschijf. In het Zuid-Amerika van voor Columbus werd de zon vereerd als goddelijk voorouder.

Wicca

Wie zou denken dat de moderne mens inmiddels wel doorheeft dat de zon – hoe indrukwekkend ook (zie hierboven) – niet meer dan materie is, komt bedrogen uit. Een moderne vorm van heidendom als wicca is een mengelmoes van natuurreligie, hekserij, feminisme en ecologische filosofieën. Wicca schrijft de zon goddelijke eigenschappen toe.

Ten slotte, de veelgeziene decoratie met het zonnegezicht is minder onschuldig dan het lijkt. Soms is het afgebeelde gezicht vriendelijk lachend, maar ook minder prettige gelaatsuitdrukkingen komen voor. Dit gezicht speelde een rol in de mythologie van vele oude culturen. Wie zich verdiept in de achtergronden ziet in dat het christelijk geloof onverenigbaar is met de heidense mythen waaruit deze gezichten voortkomen.

Kinderen, wacht u voor de afgoden

(Telos)(1 Johannes 5:21)