Nog niet zo lang geleden gonsde het internet van enthousiaste verhalen over bloedmanen in reeksen (zogenaamde tetrades) die sterk verband zouden houden met gebeurtenissen in en rond Israël – zowel in het verleden als in de toekomst. Vooral omdat men meende dat de toen nog aanstaande tetrade van 2014-2015 betekende dat er opzienbare dingen zouden gebeuren. We tellen inmiddels 2017. Er is niets gebeurd dat in de categorie wereldschokkende ontwikkelingen thuishoort. En – niet geheel onverwacht – we horen er niets meer over. Dat is voor mij nog het meest teleurstellende. Een flink deel van de christenheid wordt de stuipen op het lijf gejaagd, en als dan blijkt dat men zoals zo vaak de plank misslaat, blijft het stil. Het zou figuren als ‘pastor’ Mark Biltz en Johan Agee sieren als ze ruimhartig excuses zouden aanbieden. Hun handelwijze valt mijns inziens in de categorie ‘eigenmachtige uitlegging’ van profetieën in de Bijbel aangaande bijzondere verschijnselen aan zon en maan. Tot welke toestanden dat leidt, lezen we in 2 Thessalonicenzen.

1 Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem,

2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak. (2 Thessalonicenzen 2:1-1)

Er gingen in Thessalonica geruchten dat de dag des Heren spoedig zou aanbreken. Dat betekende dat men de opname ‘had gemist’. Dit misverstand was in de wereld gebracht door een iemand die had geclaimd dat de Geest door hem sprak, of door een preek, of (het toppunt van brutaliteit) door een vervalste brief. De gevolgen waren ernstig. Er ging een schok door de gemeente, men was vreselijk geschrokken en dat allemaal zonder reden. Paulus stelt de gelovigen gerust door uit te leggen dat de komst van de dag des Heren voorafgegaan zal worden door allerlei duidelijk herkenbare (!) gebeurtenissen. Anders gezegd, houd je nauwkeurig aan de in Gods Woord vastgelegde profetieën. Daar kun je op bouwen, zegt ook Petrus.

En wij achten het profetische woord (daarom) des te vaster, en gij doet wel er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, todat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. (2 Petrus 1:19)

Tekenen aan zon, maan en sterren

Waar komt de gedachte aan tekenen aan zon en maan vandaan? In Genesis 1 wordt ons verteld dat God het grote licht (de zon), het kleine licht (de maan) en de sterren maakte. Het gaat met name om vers 14. In onderstaand citaat staat dit vers tweemaal weergegeven, eenmaal uit de NBG, en eenmaal uit de SV.

14 En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren;

14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! (SV)

15 En dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo.

16 En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren.

17 En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde,

18 En om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden. En God zag, dat het goed was.

19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. (Genesis 1:14-19)

Volgens vers 14 dienen deze hemellichamen verschillende doelen:

1. Ze maken scheiding tussen dag en nacht – het daglicht (de zon) is onmiskenbaar bedoeld voor de dag, de maan en de sterren zijn voor de nacht bedoeld. Het feit dat het afwisselend dag en nacht werd wijst er ook op dat God de rotatie van de aarde op gang had gebracht. Was dat niet het geval dan zou het aan de ene kant van de aarde altijd dag zijn (en dus bloedheet) en aan de andere kant voortdurend nacht (en derhalve stervenskoud).

2. Ze kunnen het aanbreken van een bepaalde periode aankondigen.

3. Ze kondigen vastgestelde tijden aan (bijvoorbeeld de feesttijden).

4. Ze dienen tot het aanwijzen van dagen en jaren.

Hoewel in punt 2 niet gesproken wordt over bijzondere verschijnselen (wondertekenen, tekenen die de normale gang van zaken ontstijgen), gaan veel uitleggers er vanuit dat de Geest in deze tekst bedoelt dat ook bovennatuurlijke tekenen tot de ingeschapen mogelijkheden behoren. Onterecht zoals we zullen zien.

In dit artikel gaan we ons bezighouden met de bijzondere verschijnselen. De vraag die we ons moeten stellen is tweeërlei:

1. Bedoelt de Bijbel te zeggen dat alles wat mogelijkerwijs aan het firmament te zien is tot de bijzondere verschijnselen behoren?

2. Worden met de bijzondere verschijnselen de door de profeten aangekondigde gebeurtenissen bedoeld?

Anders gezegd, valt alles wat er te zien is (of het nu wel of niet in de Bijbel wordt voorzegd) onder gewone natuurverschijnselen, of moeten we de bijzondere tekenen beperken tot wat er in de Bijbel door profeten als buitengewoon wordt aangemerkt? Eerst iets over profetie in het algemeen.

Profetie

Bij het beoordelen van profetie spelen twee zaken een rol. Het kan gaan om een ‘nieuwe’ profetie. Iemand beweert een woord van God te hebben ontvangen. Hoe weten we nu of dat echt het geval is? Het zou namelijk zomaar kunnen dat de ‘profeet’ zijn eigen ‘profetie’ heeft bedacht. Ook is het mogelijk dat de ‘profeet’ wel degelijk een woord heeft ontvangen, maar dat de bron niet God is, maar een boze geest.

In beide gevallen houdt het Woord van God ons voor de beoordeling heel simpel te houden. Komt de voorspelling uit? De profetie kwam van God. Komt de profetie niet uit? De voorzegging kwam niet van God.

21 Wanneer gij nu bij uzelf mocht zeggen: Hoe onderkennen wij het woord dat de Here niet gesproken heeft? –

22 Als een profeet spreekt in de naam des Heren en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord, dat de Here niet gesproken heeft; in overmoed heeft de profeet het gesproken, gij zult voor hem niet vrezen. (Deuteronomium 18:21-22)

Er staan in de Bijbel veel profetieën. Van die profetieën is duidelijk dat ze van God komen. Was dat niet het geval, dan hadden ze niet de Bijbel gestaan. Of, wat ook mogelijk is, de Bijbel geeft duidelijk aan dat de profetie uitgesproken is door een valse profeet.

De in de Bijbel opgenomen profetieën uit God laten zich niet zomaar interpreteren. De uitleg loopt vaak vast omdat veel van de details in de profetie onduidelijk zijn. In zo’n geval dient men de profetie te laten rusten. Ooit komt immers het moment waarop het wel duidelijk zal zijn. Petrus waarschuwt nadrukkelijk tegen eigenmachtige uitlegging. Men mag er niet van maken wat in de eigen kraam te pas komt (SB). Hij wijst er bovendien op dat de bron van de profetie niet altijd betrouwbaar is. Dubbel oppassen dus.

20 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat;

21 want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken. (2 Petrus 1:20-21)

Teken

Een teken in Bijbelse zin is een overtuigende, goddelijke aanwijzing. Het is de Here Jezus zelf die het exacte karakter van een teken illustreert.

54 (…) Wanneer gij een wolk ziet opkomen in het westen, zegt gij dadelijk: Er komt regen, en het gebeurt.

55 En wanneer gij de zuidenwind ziet waaien, zegt gij: Er zal hitte komen, en het gebeurt.

56 (…) het aanzien van aarde en hemel weet gij te onderkennen, waarom onderkent gij deze tijd niet? (Lucas 12:54-56)

Het weer in Israël is veel voorspelbaarder dan in ons land. De vergelijking van de Here Jezus was daarom bijzonder zinvol. Ze hoefden maar een wolk in het westen te zien, ze hoefden slechts de zuidenwind voelen waaien. Meteen was duidelijk wat er ging gebeuren.

Zo is het ook met profetische tekenen aan de hemel. Ze zullen zo duidelijk zijn, dat het meteen helder is wat er gaat gebeuren. Daarom is het van groot belang te weten wat een teken aan de hemel is, wanneer het zichtbaar zal zijn en wat er staat te gebeuren als het zichtbaar is.

Welke tekenen aan de hemel worden in Genesis aangekondigd?

Eerst de ‘normale aanwijzingen’, de gewone natuurverschijnselen. Hieronder vallen het begin van de dag en het einde van de dag: de zon gaat op en de zon gaat onder. Dan is er de veelvoorkomende nieuwe maan. Wij verstaan onder nieuwe maan het moment waarop we alleen de schaduwzijde van de maan zien, geen sprankje licht te bekennen. De Israëliet verstond onder nieuwe maan juist het eerste moment daarna, het moment waarop het eerste beetje licht te zien was. Israël had een maankalender. Daarom betekende nieuwe maan meteen ook de eerste dag van de nieuwe maand. Het tijdstip voor allerlei verplichtingen en gebruiken hield dan ook verband met de stand van de maan. Zo moest op de eerste dag van de maand op de trompet worden geblazen.

Ook op uw vreugdedagen, op uw feesten en op uw nieuwemaansdagen zult gij een stoot op de trompetten geven bij uw brandoffers en vredeoffers; zij zullen u dienen om u voor het aangezicht van uw God in gedachtenis te brengen; Ik ben de Here, uw God. (Numeri 10:10)

Blaast de bazuin op de nieuwe maan, op volle maan voor onze feestdag. (Psalm 81:4)

De nieuwemaansdagen werden ook gekenmerkt door het brengen van verplichte offers.

En bij het begin uwer maanden zult gij de Here een brandoffer brengen: twee jonge stieren, een ram, zeven gave, eenjarige schapen; (Numeri 28:11)

De datums van de feesten des Heren (zoals genoemd in Leviticus 23) hangen samen met de stand van de maan. Steeds is er sprake van de eerste dag van een maand, of van een aantal dagen gerekend vanaf die eerste dag.

Pascha 1e maand, 14e dag
Feest van de Ongezuurde broden 1e maand, 15e dag
Feest van het geklank 7e maand, 1e dag
De Grote Verzoendag 7e maand, 10e dag
Loofhuttenfeest 7e maand, 15e dag

De betrouwbaarheid van deze tijdsaanduidingen zit hem in de ijzeren regelmaat die God in de schepping heeft gelegd. Je kunt er van op aan. Je weet dat de maan niet verder weg of dichter bij de aarde zal komen te staan, je weet dat de rotatiesnelheid van de aarde niet zal veranderen, en ook de omlooptijd van de maan rond de aarde is niet aan fluctuaties onderhevig. Hulpmiddelen te over om een betrouwbare kalender mee op te zetten.

Maansverduisteringen

Die regelmaat maakt het ook mogelijk te berekenen wanneer er zich maansverduisteringen zullen voordoen. Maar ook omgekeerd, het stelt ons ook in staat ‘in het verleden’ te kijken. Vroegere maansverduisteringen laten zich zo ook becijferen. We kunnen volledig vertrouwen op Gods systeem. De beroemde (beruchte?) bloedmanen vormen op zich ook geen verrassing. Pak de rekenmachine maar… En zelfs de tetrades (vier opeenvolgende bloedrode manen) houden zich aan de regels die God in zijn schepping heeft gelegd.

Daarmee verliezen ze het karakter van een teken. Toegegeven, het verschijnsel komt niet vaak voor, maar is op zichzelf genomen niet bijzonder.

Dat men meent een samenhang te kunnen bespeuren tussen het voorkomen van tetrades en het Joodse volk is dan ook pure speculatie.  We zagen hierboven dat de Joodse kalender een maankalender is, en dat de data van Joodse feestdagen worden gemarkeerd met behulp van de maan. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat maansverduisteringen ‘keurig samen optrekken’ met de Joodse kalender. En dat geldt al evenzeer voor tetrades.

Een van de claims is verder dat in het verleden al meermalen is gebleken dat tetrades samenvielen met belangrijke gebeurtenissen die het Joodse volk betroffen. Maar hier wordt de hand gelicht met de waarheid. De tetrades vallen niet exact samen, maar ongeveer. En wat te denken van tetrades die in Israël niet eens te zien zijn. Hoezo teken?

We lazen in Genesis 1 deze woorden:

En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! (SV) (Genesis 1:14)

We blijven nu achter met het woorden ‘tekenen’. God schept lichten in het uitspansel des hemels ‘tot tekenen’. Deze lichten worden geschapen, en bestaan sindsdien net zoals alle andere zichtbare hemellichamen. Alle ‘tekenlichten’ functioneren net zoals de overige lichten, volgens de door God ingestelde regelmaat. Zolang God ze ‘ongemoeid’ laat zijn het niet noodzakelijkerwijs tekenen. Het is niet onmogelijk, maar het is logischer te stellen dat ze pas tot teken worden als God er iets bijzonders mee doet. In de Bijbel worden inderdaad gebeurtenissen gevonden die ‘afwijken van het normale’. Laten we een paar voorbeelden nader bekijken.

‘Onnatuurlijke’ gebeurtenissen

Tijdens de verovering van Kanaän zat Jozua in tijdnood. God voorzag in een oplossing. De dag werd met 12 uur verlengd.

12 Toen sprak Jozua tot de Here ten dage, waarop de Here de Amorieten aan de Israelieten overleverde, en hij zeide in tegenwoordigheid van Israel: Zon, sta stil te Gibeon en gij, maan, in het dal van Ajjalon!

13 En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn vijand gewroken had. Is dit niet geschreven in het Boek des Oprechten? De zon nu bleef staan midden aan de hemel en haastte zich niet onder te gaan omstreeks een volle dag. (Jozua 10:12-13)

Koning Hizkia werd ziek. De profeet kwam aanzeggen dat zijn ziekte zijn levenseinde zou betekenen. Hizkia bekommerde zich om het volk, dat dan zonder leidsman achter zou blijven. God voorzag, en Hizkia kreeg 15 jaar extra. Om te bevestigen dat deze belofte van God kwam, zou er iets gebeuren dat alleen door God kan worden gedaan.  De schaduw van de zon ging een eindje terug.

7 En dit zal u het teken zijn van des Heren kant, dat de Here ook doen zal wat Hij gesproken heeft:

8 Zie, Ik doe de schaduw op de treden waarlangs zij door de zon op de trap van Achaz is afgedaald, weer tien treden teruggaan. En de zon ging tien treden terug op de treden die zij gedaald was. (Jesaja 38:7-8)

Balak huurt Bileam in om het volk Israël te vervloeken. God zorgde er voor dat uit de mond van Bileam alleen zegenspreuken kwamen. Bij een van die gelegenheden profeteerde hij over de verre toekomst. Uitleggers zien in die ster soms de ster van Bethlehem, maar meestal de Here Jezus zelf, die immers zelf de blinkende morgenster wordt genoemd.

Ik zie hem, maar niet nu; ik schouw hem, maar niet van nabij; een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israel (Numeri 24:17)

Als na vele eeuwen de profetie van Bileam wordt vervuld is er sprake van een bijzonder teken aan de hemel. Een ster die nooit eerder was waargenomen. Voor de drie wijzen voldoende reden om op reis te gaan.

(…) Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen (Mattheus 2:2)

Het was blijkbaar niet iedereen opgevallen dat er een nieuwe ster zichtbaar was. Pas nadat Herodes de wijzen had uitgehoord, kreeg hij belangstelling voor het nieuwe hemellichaam.

Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had. (Mattheus 2:7)

Het was echter meer dan alleen een nieuwe ster, getuige een wel heel bijzondere eigenschap. De ster kon bewegen! Zelfs zo nauwkeurig dat de wijzen exact de plaats kregen aangewezen waar de Here Jezus was geboren.

Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.  (Mattheus 2:9)

Een vreemde ster dus. Er is dan ook reden om te veronderstellen dat de wijzen niet een ster hebben gevolgd, maar een engel. Engelen worden dikwijls geassocieerd met fel, hemels licht. Ook legt de Bijbel een verband tussen sterren en engelen. Je zou kunnen zeggen dat zoals de mens genoemd is naar zijn woonplaats (Adama = aarde), zo worden engelen sterren genoemd naar de hunne. Een prikkelende gedachte, maar wel enigszins speculatief.

Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten, en de kandelaren zijn de zeven gemeenten. (Openbaring 1:20)

Slechts een van de hierboven beschreven gebeurtenissen valt onder het begrip teken: de ‘ster van Bileam’. Maar zelfs in dat geval is het zeer de vraag of het gaat om een ster als bedoeld in Genesis 1:14. Alle andere voorbeelden tonen aan dat God zeer wel in staat is de regelmaat van zon, maan en sterren te onderbreken als Hij dat nodig acht.

Grote verdrukking

Ten slotte iets over de bloedmanen – zoals die in de Bijbel worden genoemd. Eigenlijk kan ik daar kort over zijn. De profetieën spreken altijd over meerdere verschijnselen gelijktijdig. Het is altijd ‘en’. Dat de maan wordt verduisterd en een bloedrode kleur krijgt is een natuurverschijnsel. Maar als de aarde beeft (aardbeving?), zon en maan zwart worden, en ook het sterrenschijnsel bijna verdwijnt, is er sprake van Gods ingrijpen. Oordeel zelf.

Voor hun aangezicht siddert de aarde, beeft de hemel; de zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in. (Joel 2:10)

De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. (Joel 2:31)

De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in. (Joel 3:15)

De Bijbel zegt ook iets over het tijdstip waarop we deze verschijnselen kunnen verwachten. Alle profetieën blijken namelijk bij nauwkeurig lezen te maken te hebben met de dag des Heren. Deze ‘dag’ begint na de opname en gaat door tot en met het laatste oordeel. We spreken dus over de periode van de grote verdrukking, de wederkomst van de Here Jezus, het Duizendjarig Rijk, tot en met de grote witte troon. Een enkele keer blijkt uit het verband dat met ‘dag des Heren’ de wederkomst van Christus wordt bedoeld.

Laten we een paar voorbeelden noemen. Om te beginnen kunnen we van een aantal profetieën eenvoudig vaststellen dat ze tijdens de grote verdrukking zullen plaatsvinden. Het gaat dan om zegel- en bazuingerichten uit het boek Openbaringen.

En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. (Openbaring 6:12)

En de vierde engel blies de bazuin, en het derde deel van de zon werd getroffen en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel daarvan verduisterd werd, en de dag voor het derde deel geen licht had en de nacht desgelijks. (Openbaring 8:12)

en er zullen grote aardbevingen, en nu hier, dan daar pestziekten en hongersnoden zijn, en ook vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel. (Lucas 21:11)

En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, (Lucas 21:25)

Aan het eind van de Grote Verdrukking zal de Here Jezus terugkomen. Zijn komst wordt voorafgegaan door verschijnselen aan het hemelgewelf. Er is echter nu geen sprake van rode manen, maar van een maan die haar glans niet geeft, geen zwarte zon, maar een zonsverduistering en andere angstaanjagende gebeurtenissen. Zeer bijzonder is het verschijnen van het teken van de Zoon des Mensen. Wat dat teken zal zijn is niet bekend. Maar aan de reactie van de mensen te zien zal het voor iedereen glashelder zijn: de Messias komt!

29 Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.

30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. (Mattheus 24:29-30)

Jesaja zet zon en maan in een heel ander perspectief. De Here Jezus komt terug om Koning te worden. Zijn verschijning zal met zo’n grote heerlijkheid gepaard gaan, dat zon en maan daarbij verbleken!

Dan zal de blanke maan schaamrood worden, en de gloeiende zon zal zich schamen, want de Here der heerscharen zal Koning zijn op de berg Sion en in Jeruzalem, en er zal heerlijkheid zijn ten aanschouwen van zijn oudsten. (Jesaja 24:23)

Conclusie

Hierboven haalde ik Paulus aan als hij de Thessalonicenzen geruststelt. Ze hoeven niet bang, verward of ongerust te zijn. Alles gaat zoals het in het profetische woord is aangekondigd. Dit gaat ook op voor de tekenen als bedoeld in Genesis 1:14. Die tekenen kunnen geen vage verschijnselen zijn waarbij men maar moet afwachten of er ook iets gebeurt. Nee, het gaat om zeer concreet omschreven tekenen – we weten precies wat we zullen zien – die nauwkeurig omschreven gebeurtenissen aankondigen. Wat heb je aan een teken dat in zichzelf vaag is, en nergens naar wijst? Als zo’n teken zich weer zal voordoen, halen we de schouders op. De vorige keer was het niets, het zal nu ook wel weer loos alarm zijn. God daarentegen waarschuwt op ondubbelzinnige wijze, en voert de aangekondigde oordelen en gebeurtenissen geheid uit. Onzorgvuldig omgaan met deze dingen gaat ten koste van de waakzaamheid van de gelovigen. Bovendien wekt het de lachlust van de wereld op. En dat kan nooit tot eer van God zijn.