De uitdrukking ‘op de derde dag’ is regelmatig onderwerp van verwarring. We zijn altijd al geneigd de Bijbel met westerse ogen te lezen, en met gegevens over tijdsduur gaat dat vaak mis of leidt het tot misverstanden. Hieronder een poging enige duidelijkheid te scheppen.

Het gaat eigenlijk om de vraag op welke dag de Here Jezus is gekruisigd en gestorven. Algemeen wordt aangenomen dat dit gebeurde op de vrijdag – vandaar ook ‘Goede Vrijdag’. Maar wanneer men aan de slag gaat met de uitdrukking ‘op de derde dag’, wil er nog wel eens een donderdag uit de bus rollen. Laten we eerst eens een kleine inventarisatie maken.

Jezus en Zijn discipelen hebben regelmatig iets gezegd over het tijdsverloop rond Zijn dood en opstanding. Ze gebruikten vier verschillende uitdrukkingen:

– ‘ten derde dage’ of ‘op de derde dag’ (zie bijvoorbeeld Mattheus 16:21)

– ‘in’ of ‘binnen’ drie dagen (Johannes 2:19)

– ‘na drie dagen’ (Mattheus 27:63)

– ‘drie dagen en drie nachten’ (Mattheus 12:40)

Deze vier verschillende uitspraken zijn dus gebruikt om naar één gebeurtenis te wijzen die maar op één moment kon plaatsvinden. ‘Op de derde dag’, ‘in drie dagen’, ‘na drie dagen’, of ‘drie dagen en drie nachten’ betekenen derhalve in de Bijbel precies hetzelfde: ze vertellen de toehoorder (en de Bijbellezer (!)) wanneer de Here Jezus zou opstaan. Hoe zijn deze uitdrukkingen met elkaar te rijmen?

Laten we ze eerst eens ‘westers’ letterlijk opvatten. We vinden dan het volgende.

– ‘in’ of ‘binnen’ drie dagen is minder dan 72 uur

– ‘na drie dagen’ is meer dan 72 uur

– ‘drie dagen en drie nachten’ is exact 72 uur.

Hier klopt dus iets niet. Ons ‘westers’ redeneren schiet tekort.

Bij dit alles is het goed ons het volgende te realiseren:

– Het Hebreeuws kent geen woord voor ‘etmaal’ maar spreekt van ‘dag en nacht’.

– Zelfs een klein onderdeel van een dag kan als een volledige periode van 24 uur gelden.

– De uitdrukking ‘drie dagen en drie nachten’ is niet zo exact bedoeld als wij dat in ons westers spraakgebruik opvatten.

– De uitdrukking ‘na drie dagen’ betekent niet automatisch ‘na drie volle dagen’ maar kan evengoed betekenen ‘ten derde dage’.

Voorbeelden uit het Oude Testament: Rechabeam

De hierboven genoemde verschillende mogelijkheden komen we ook tegen in het Oude Testament. Zo vinden we in 1 Kronieken 10 de geschiedenis van Rechabeam en Jerobeam. Salomo was gestorven en de troonopvolging was in het geding. De vraag was of Rechabeam (de zoon van Salomo) geaccepteerd zou worden als nieuwe koning. Onder leiding van Jerobeam kwam het volk voor Rechabeam en vroeg om verlichting van het juk dat Salomo had opgelegd. Alleen dan zouden ze Rechabeam dienen als hun nieuwe koning. De oude raadslieden adviseerden hem het volk meer lucht te geven; de jonge mannen van zijn eigen generatie drongen er juist op aan het juk nog verder te bezwaren.  Rechabeam had enige tijd nodig om deze adviezen in te winnen en te overwegen. Hij vroeg om uitstel en zei:

(…) Komt over drie dagen weder tot mij. En het volk ging heen. (2 Kronieken 10:5 SV)

Op de afgesproken tijd kwamen Jerobeam en het volk terug. We lezen:

Zo kwam Jerobeam en al het volk tot Rechabeam, op den derden dag, gelijk als de koning gesproken had, zeggende: Komt weder tot mij op den derden dag. (2 Kronieken 10:12 SV)

We zien hier met betrekking tot het tijdsbegrip hetzelfde verschijnsel als in het Nieuwe Testament. Als Rechabeam zegt ‘Komt over drie dagen weder tot mij’, zijn wij geneigd te denken ‘dag 1, dag 2, dag 3, over 3 dagen is dus de 4de dag’. Maar nee, uit het verband blijkt duidelijk dat ‘over drie dagen’ hetzelfde betekent als ‘op de derde dag’. We lezen immers niets over misverstanden. Het volk stond niet voor de dichte deur, Rechabeam zat niet tevergeefs op de komst van het volk te wachten.

Voorbeelden uit het Oude Testament: Ester

Haman had zijn plannen om de Joden te vernietigen voor elkaar. Alleen Ester zou misschien nog iets bij de koning kunnen bereiken. Mordechai oppert dat ze om haar volk te redden, juist in deze tijd koningin is geworden. Dat overtuigt haar en ze stemt in. Maar ze wil niet zomaar bij de koning binnenvallen. Het zou haar het leven kunnen kosten. Daarom zegt ze tegen Mordechai:

Ga heen, vergader al de Joden die zich in Susan bevinden, en vast om mijnentwil: eet noch drinkt drie dagen, zo min des nachts als des daags. Ook ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten en dan (d.w.z. als die dagen voorbij zijn) zal ik tot de koning gaan ondanks het verbod; kom ik om, dan kom ik om. (Ester 4:16)

Mordechai regelde alles overeenkomstig de instructies van Ester. Als de tijd daar is lezen we:

Op de derde dag nu hulde Ester zich in een koninklijk gewaad en ging staan in de binnenste voorhof van het paleis des konings tegenover de koningszaal, terwijl de koning gezeten was op zijn koninklijke troon in de koningszaal tegenover de ingang der zaal. (Ester 5:1)

Ook hier hetzelfde beeld. ‘Drie dagen, zo min des nachts als des daags’, zegt Ester. Wij zouden dit weer opvatten als drie complete etmalen van 24 uur. Zo niet Ester, Mordechai en de Joden. Ester maakt zich op de derde dag gereed en gaat. Op de derde dag wil zeggen, tijdens het laatste van de drie etmalen van 24 uur.

Inclusief tellen

Dit toch wel verwarrende door elkaar heen gebruiken van uitdrukkingen wordt veroorzaakt door een gewoonte die we inclusief tellen noemen. We nemen als fictief voorbeeld de regeerperiode van een denkbeeldige koning in het Tienstammenrijk.  Zijne majesteit komt in de 10e maand (1) aan de macht, en sterft al na een kleine 20 (2) maanden.  Hoe lang heeft hij geregeerd? Wij zouden zeggen 19 maanden. In de Bijbel zouden we iets anders lezen. Daar zou bijvoorbeeld kunnen staan: koning ‘Anonymus’ stierf in het derde jaar van zijn regering. Wij zouden kunnen tegenwerpen dat hij nog in het tweede jaar van zijn regering was – 19 maanden is immers nog geen 2 jaar. Maar nee, men telt het hele jaar mee, zelfs als er maar één dag in dat jaar valt.

Inclusief tellen geldt ook bij het interpreteren van de uitdrukkingen ‘in’ of ‘binnen’ drie dagen, ‘na drie dagen’ en ‘drie dagen en drie nachten’. In het Hebreeuws is een etmaal één nacht en één dag, verdeeld over 8 perioden van drie uur. Let er ook op dat het Hebreeuwse etmaal begint met de nacht, en die begint om 18.00 uur (ruwweg bij zonsondergang).

Drie dagen en drie nachten

Nu kunnen we de gebeurtenissen vanaf het laatste avondmaal tot en met de opstanding onderbrengen in een schema. De Here Jezus stierf en werd in het graf gelegd op de vrijdag tussen 15.00 en 18.00 uur. Dat is de eerste dag (denk aan het inclusief tellen, ook al is het op het laatst van de dag, de hele dag telt mee). Op de tweede dag, de hele zaterdag, ligt de Here Jezus in het graf. Op de derde dag, de zondag, staat de Here Jezus op – vlak voor zonsopgang.

Nogmaals: de derde dag

Ook in andere verbanden blijkt de Here Jezus ‘de derde dag’ op deze manier te interpreteren.

En Hij zeide tot hen: Gaat heen en zegt die vos: Zie, Ik drijf boze geesten uit en volbreng genezingen, heden en morgen, en op de derde dag ben ik gereed. Intussen moet Ik heden en morgen en de dag daarna reizen. (Lukas 13:32)

Dit zijn woorden van de Here Jezus! Heden en morgen en op de derde dag is hetzelfde als heden en morgen en de dag daarna.

Toen Hij met twee discipelen naar Emmaüs liep op de zondagmiddag na de opstanding, zei Kleopas:

Maar al met al is het vandaag de derde dag sinds deze dingen gebeurd zijn. (Lukas 24:21)

Niemand ontkent dat dit gesprek op zondag plaatsvond. Maar als de Here Jezus eerder dan vrijdag gestorven zou zijn, zou Kleopas gezegd hebben: ‘Vandaag is het de vierde dag, of de vijfde dag …’ Ga maar na: woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, en inmiddels het grootste deel van zondag. En wat meer is, de Here Jezus corrigeert hem al evenmin.

Geen wonder, want later op diezelfde dag – de eerste van de week – deed Hij deze uitspraak:

Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag. (Lukas 24:46)

Christus stierf op vrijdag, de dag van de voorbereiding op de sabbat. Dat was de eerste dag. Hij rustte op sabbat in het graf naar het gebod. Dat was de tweede dag. En op de eerste dag van de week stond Hij op: dat is op zondag. Dat is de derde dag.

Maar niet alleen de discipelen, de vrouwen en andere vertrouwelingen van de Here Jezus wisten hoe het zat met ‘de derde dag’. Ook de overpriesters en de Farizeeën wisten precies hoe de vork in de steel zat:

Heer, wij herinneren ons dat deze verleider gezegd heeft toen Hij nog leefde: Na drie dagen zal Ik opgewekt worden. Geef dan bevel dat het graf tot de derde dag toe beveiligd wordt, opdat Zijn discipelen Hem ’s nachts misschien niet komen stelen en tegen het volk zeggen: Hij is opgewekt uit de doden. (Mattheüs 27:63-64)

Hier zien we dat ‘na drie dagen’ hetzelfde betekent als ‘tot de derde dag’.

Twee sabbatten?

In theorieën die het sterven van de Here Jezus op donderdag plaatsen, schermt men met de gedachte van twee sabbatten. Nu is de Schrift bijzonder nauwkeurig. Als er sprake zou zijn van twee sabbatten moet dat ook in andere teksten terug te vinden zijn. Maar niets daarvan.

De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op de sabbat, omdat het de voorbereiding was (want de dag van die sabbat was groot), vroegen aan Pilatus dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.’ (Johannes 19:31)

Er staat ‘de sabbat’, niet ‘de sabbatten’.

En op de sabbat rustten ze overeenkomstig het gebod. En op de eerste dag van de week gingen zij, heel vroeg in de morgen, naar het graf en brachten de specerijen mee die zij gereedgemaakt hadden, en sommigen gingen met hen mee. (Lukas 23:56B-24:1)

Ook hier staat ‘de sabbat’, niet ‘de sabbatten’.

Ontbinding

Toen Lazarus vier (!) dagen dood was, beval Jezus dat de steen van zijn graf moest worden weggenomen. Martha, de zuster van Lazarus, protesteerde met de woorden: ‘Heere, hij ruikt al, want hij ligt hier al voor de vierde dag.’ (Johannes 11:39)

De Bijbel laat dus zien, dat niemand na vier dagen nog gebalsemd kon worden. Het was dan te laat. Het lijk was in staat van ontbinding, zo ook het lijk van Lazarus.

Was de Here Jezus op donderdag gestorven, dan zou Zijn lichaam volgens de kennis van de vrouwen al aan het ontbinden zijn. Nu gingen ze ’s morgens vroeg naar het graf – op de derde dag. Het kon nog. Op de vierde dag waren ze niet gegaan, het was dan te laat geweest. Een lijk in ontbinding kun je niet meer balsemen.

Het lichaam van de Here Jezus had overigens in het geheel niet tot ontbinding kunnen komen, maar dat is een heel ander onderwerp…